William Drory, de eerste gevallen verzetsheld

18 november 1940, ons land is sinds zes maanden bezet. Na de verschrikkingen van de luchtbombardementen van mei 1940 en de ontruiming van het Britse leger te Duinkerke(1), is voor ons de strijd beslecht.

Er heerst een soort van gelatenheid. Onze krijgsgevangenen keren geleidelijk terug uit Duitsland. We krijgen treurig nieuws over hen die gesneuveld zijn, en  ook nare berichten over de vluchtelingen,die uit vrees voor het naderend strijdgewoel hun woonst verlieten. De angst van de bevolking voor de Duitsers; de
herinneringen aan de Eerste Wereldoorlog, en wat er over verteld werd, vervaagt min of meer door de discipline waarvan het Duitse leger blijk geeft,in zekere zin in tegenstelling tot de wanorde van de terugtrekkende geallieerde troepen.

De bezetters schijnen zo beschaafd, zo beleefd en zo vriendelijk en ze vertellen zo graag over hun familie die ze achterlieten voor die “schrecklichen Krieg”. We moeten wel doen wat bevolen wordt; de ouderen die de bezetting van 14/18 meemaakten, vertellen ons dat we best gehoorzamen, zoniet! Wij

maken ook kennis met een aantal ons vreemd klinkende woorden: ”Bekantmachung” en “Verordnung” en zo meer. En “Es ist verboten” en “verboten zu. Op sommige van die verboden zaken,staat zelf de doodsstraf.

Onder de bezetter

Het is nu eenmaal zo. We moeten ons nu schikken naar de “Nieuwe Orde”. Stilletjes aan herorganiseert het leven zich. Het puin van de gebombardeerde  gebouwen en de achtergelaten munitie en oorlogsmaterieel worden opgeruimd. De in de strijd gevallen en in der haast ter plaatse begraven soldaten  worden naar kerkhoven overgebracht. De stranden worden leeggehaald Het lichtschip “De Wandelaar”, dat tijdens de meidagen op drift was geslagen en sindsdien slagzij op het strand van Mariakerke ligt, wordt terug in zee getrokken.(2) De jonge mannen van de “Freiwilligen Arbeitsdienst” beginnen de eerste startbanen van het vliegveld van Raversijde uit te spitten. Ze dragen kaki uniformen (met hakenkruis armband) en marche- ren luid zingend “und wir fahren gegen England” en “Auf der Heide, en over een meisje dat Erika heet”,de spade op de schouder, van het “Hôtel de la plage” (waar ze logeren) naar hun
werk. Binnenkort worden ze in “feldgrau” gestoken en wachten hun nog andere avonturen, maar zover zijn we nog niet. De eerste opportunisten en collaborateurs steken zich in zwart uniform en begroeten elkaar met het luidruchtige “Heil Hitler”, de nazi-groet en veel “hakkengeklap”. Het “Vlaams Huis”
(waar nu de nieuwe post staat) wordt het culturele centrum van de “Nieuwe Orde”. In de cinema “Retorica” spelen ze alleen Duitse films.

Opbouw voor de invasie

De oorlog is nog niet ten einde. Dagelijks trekken horden Duitse vliegtuigen het kanaal over: de operatie “Adler” van Göring, de poging om de Britten zo op de knieën te dwingen. Er wordt minder gesproken over de operatie “Seelöwe” de invasie van Engeland. Er begint iets te roeren. Troepen gaan en komen;
er worden meer en meer oudere manschappen gezien..De jonge kranige soldaten van de meidagen zijn weggetrokken. De uitkijkposten en het licht afweergeschut op de zeedijk en in de duinen worden geleidelijk vervangen door betonnen constructies en zwaarder geschut.Het zand van onze prachtige  duinen moet er aan geloven De ramen en deuren van de huizen op de zeedijk worden dicht gemetseld. We mogen na het einde van de zomer niet meer op  het strand en in de duinen. We  mogen ook niet naar de BBC, de Britse radio luisteren, maar iedereen doet het toch, zelfs de collaborateurs. Het is “streng verboten” en we worden daarvoor zelfs met de dood bedreigd. De uitzendingen worden verstoord, maar iedereen zit met zijn oor tegen het toestel geplakt en de kinderen moeten zwijgen. Zo vernemen we dat het niet zo best gaat aan de overkant van de zee, maar dat ze stand houden; dat ze de “Luftwaffe” aankunnen en dat ze daarenboven plannen maken om ons te bevrijden(3). We luisteren naar “Jan Moedwil” die steevast zijn uitzendingen besluit met “en wij zeggen het zonder te boffen, we krijgen ze wel de moffen”,en naar de gek klinkende “messages personnels” en “persoonlijke berichten” zoals “Jules a de   ongues moustaches” en “Tante Rosa komt niet vanavond”.

Schoten in de duinen

Op die dag, 18 november 1940 klinken schoten te Raversijde, een man sterft. William Drory een Gents ingenieur wordt door de Duitsers gedood.
De overlijdensakte bij de burgerlijke stand van Middelkerke, (waartoe Raversijde toen behoorde) werd op een ongebruikelijke en dubieuze wijze opgesteld. De verslaggevers waren Veldwachter Henri De Roover en Politiebrigadier Oscar Van Snick (4). De akte vermeldt enkel:

“Op 18 november 1940, om 17 uur, in de villa “Blanche
Neige” Oostlaan (het nummer is niet vermeld) is dood
gevonden DRORY William, Herbert, Fernand, ingenieur,
wonend te Gent, er geboren op 26 juni 1904..”.

Volgen dan de namen van zijn echtgenote en van zijn ouders.
De akte draagt sinds 19 december 1951,de randvermelding:

“STIERF VOOR BELGIE”

De heemkring “Graningate” kon de hand leggen op een gedeelte van een verslag opgesteld door de “Geheime Feldpolizei”, waarvan de vertaling:

“Op 18 november 1940, werd te Oostende(5) de
Belgische ingenieur William DRORY uit Gent in de duinen
bij Raversijde door Duitse troepen, tijdens de vlucht (auf der
Flucht) neergeschoten. Het onderzoek werd meteen gestart.
Uit in veiligheid gebrachte papieren kan men nu duidelijk
reeds vaststellen dat Drory voor een vreemde macht
spionagediensten verrichte. De verwerking van deze zaak is
nog in de beginfase zodat de vraag of Drory een
tussenpersoon of een lid is geweest van een spionagedienst
nog niet kan beantwoord worden. De moeder van de
neergeschoten man die ook in Gent woont, zoveel mag juist
nog vermeld worden, maakte bij het opstellen van het
overlijdensbericht moeilijkheden, wanneer zij de woorden
“mort pour la Patrie” wilde vermelden. Dit, en ook nog andere
zaken waaruit men het noodlot van de spion zou kunnen
afleiden, werden nog tijdig tegengehouden.”

De tekst van het overlijdensbericht, de betuigingen erop, als ook de hoeveelheid, werden na korte vruchteloze onderhandelingen, voorgeschreven. Terwijl   dus iedereen zich min of meer poogde te organiseren, en de enige bekommernis was “hoe aan eten geraken”, waren er toch mensen die de kop opstaken,  in de nederlaag niet konden berusten, er hun leven en hun vrijheid voor veil hadden om de strijd verder te zetten. William Drory was een van hen.

Achtergrond van William Drory

Uit de hieronder vermelde bronnen vernamen wij dat William Drory op 30 november 1922 opgenomen werd bij de Koninklijke Militaire school, als leerling van  de 89e Promotie. Een zwaar ongeval tijdens een oefening te paard maakte echter een vroegtijdig einde aan zijn prille militaire carrière. Hij zette zijn
studies verder te Gent en promoveerde tot de graad van Burgerlijk Bouw Ingenieur. Bij het begin van de oorlog trad hij toe tot het Franse “deuxième bureau”(6) waarvoor hij verschillende opdrachten vervulde. Na de ineenstorting van het Franse Leger in juni 1940, voegde hij zich bij de Britse “Intelligence  Service”(7). Hij werd in augustus 1940 ter beschikking gesteld van een “Inlichtingen- en Actiedienst” en werd belast met de sector van de Belgische kust, de streek die hij zeer goed kende. Hij schetste de toenmalige Duitse stellingen. Geregeld werden zijn inlichtingen naar Londen gestuurd. Er werden echter geen specifieke gegevens gevonden over de Inlichtingendienst waarvoor hij werkte.

Het is nu geweten dat al op 23 juni 1940, de eerste Belgische agenten voor rekening van de Britse autoriteiten op onze kust afgezet werden(8) William Drory ontving ook inlichtingen van Barones De Heusch (die later de ziel werd van de actiegroep “Mercure”). Hij gaf geregeld zijn verslagen ’s nachts door aan verbindingsmensen die met een M.T.B.(3) op het strand afgezet werden. Een hachelijke onderneming dus.

De fatale nacht

Het staat vast dat hij in de nacht van 17 op 18 november 1940, op het strand door een schildwacht verrast werd. Hij zou een Duitse soldaat neergeschoten hebben, waarna hij de duinen invluchtte. Hij werd er tijdens de achtervolging gedood. De “Geheime Feldpolizei” ging vervolgens over tot een grondige huiszoeking te Gent. Mevrouw Drory werd aangehouden, maar werd na 24 uur hechtenis vrijgelaten toen bleek dat zij niets afwist van de activiteiten van haar echtgenoot. Zoals trouwens geschreven in het Duits verslag,wilde de moeder van de gesneuvelde man, op het overlijdensbericht de vermelding: ”mort pour la patrie”, ”gestorven voor het vaderland” laten drukken. Uit de laatste alinea van het verslag van de “Geheime Feldpolizei” blijkt duidelijk dat aan de familie strikt opgelegd werd wat mocht en wat niet mocht. Dit om te vermijden dat de bevolking te weten zou komen dat William Drory, in bevolen dienst was gesneuveld.
Vermoedelijk bestond de vrees dat de begrafenis een patriottische manifestatie zou worden. Het staat ook vast dat de burgerlijke autoriteiten van  Middelkerke pas in de late namiddag verwittigd werden. Zeker pas nadat de nodige onderzoeksdaden gesteld werden.

Postume onderscheidingen

Na de oorlog werd William Drory postuum benoemd tot Luitenant I.A.A. en werd hij onderscheiden tot Ridder in de Orde van Leopold II,met palm, het  Oorlogskruis 1940 met palm, de Medaille van de Weerstand en de Herinneringsmedaille van de Oorlog, met gekruiste sabels. Een moedig man, een stille held, stierf voor zijn land en voor onze vrijheid.

Bronnen

  • Familie Drory
  • Het centrum voor historische documentatie van de Belgische Krijgsmacht en met bijzondere dank aan de Heer J.Huygelier,documentalist van het centrum.
  • Fernand Strubbe in zijn boek “Geheime oorlog,40-45: De Inlichtingen- en Actiediensten in België (I.A.A.)

Wij deden ook navraag bij het “Militär Bundesarchiv” te Freiburg (D). Er werd ons meegedeeld dat wegens personeelstekort bij de dienst geen nadere inlichtingen konden verstrekt worden. Er werd ons niettemin vriendelijk geschreven dat bij een bezoek aan het archief, wij alle hulp zouden krijgen bij opzoekingen ter plaatse. Misschien is er onder de leden van de heemkring,wel iemand, die tijdens zijn bezoek aan de streek van Freiburg, er even zou willen gaan snuffelen.

(1) De slag om de ontruiming van Duinkerken speelde zich immers voor een
groot deel af op Belgisch grondgebied, vanaf Nieuwpoort.

(2) Ik herinner mij de met kogelgaten doorzeefde sea seeing-rivierboot “City
of London” op het strand nabij de Bellevue. De Britten hadden immers
“alles wat dreef” opgeëist om hun troepen van het vasteland weg te
halen. Wat verder lag ook een neergeschoten Duits
bombardementsvliegtuig “Dornier”.

(3) Zie “Graningate” nr.68/1997 over de oprichting van “Combined
Operations” en over de torpedo motorboten (MTB)

(4) Beide politiemannen zijn inmiddels overleden. Brigadier Van Snick,
later gewestelijk hoofd van de verzetsgroep “Légion Belge”stierf in het
concentratie- kamp van “Nordhausen” op 23 maart 1945

(5) De diensten van de “Geheime Feldpolizei” (niets te zien met de
“Gestapo”) waren te Oostende gevestigd, en Middelkerke,incluis
Raversijde, behoorde tot hun ambtsgebied

(6) De inlichtingendienst van het Franse leger.

(7) De Britse inlichtingendienst.

(8) De eerste zendingen naar bezet België, waaraan Belgen deelnamen,
waren Britse missies. De Belgische regering te Londen was er toen nog
niet bij betrokken. De Ministers Pierlot en Spaak kwamen maar in
oktober 1940 in Groot-Brittanië aan. Het is pas in november 1940 dat de
eerste Belgische geheime contacten vanuit Londen met ons bezet land
gelegd werden. Zo ontstonden allerlei organisaties die begeleid werden
door de eigen Belgische autoriteiten

Sidebar