Jef Boerjan en de militaire loting

Ouderen hebben de militieloting gekend, waar bij jongemannen van 19- 20 jaar door lottrekking aangeduid werden om gedurende drie jaar soldaat te zijn. Het is klaarblijkelijk dat niemand daar gelukkig mee was.

Immers, er waren veel arme mensen, waarvan de zoon kostwinner was. Op een bepaal de dag moest de opgeroepene zich melden op een militiekantoor, voor Middelkerke was dit in Sas­ Slijkens.

Middelkerke zelf was ook eens de verzamel plaats. Op die dag trokken de kandidaat­soldaten hoopvol van huis weg. Wie een laag nummer trok, werd soldaat. Als het verdikt gevallen was werd er gedronken, de ene uit vreugde, de andere om het verdriet weg te spoelen. Getooid met bloemen en pluimen kwamen de gelukk igen zingend naar huls. Rijken moesten ook loten, doch ronselaars of ook zielhonden genoemd, zorgden er voor dat ze geen soldaat moesten worden. Ze zochten een plaatsvervanger die zij kochten. Ook werden jongelieden dronken gemaakt, zodat ze een contract konden afdwingen. veel liederen werden gemaakt met de loting als thema. Sommige waren berustend, andere uitbundig van vreugde.

“Veel liever, veel liever Drie jaar soldaat,
dan te leven met die teve In de huwelijke staat
Wij drinken tot dat’ op is
Tot dat  ’t op is drinken wij.
 t Is de eerste keer En de laatste keer
Van mijn leven van mijn leven In dat kerretje nie meer
Ik ben gevallen in het lot Wat heb ik toch verdriet
Ik moet soldaat gaan spelen, God
Ik beef al lijk een riet
Zo goed en vrolijk was het mij Al in ons dorp aan uwe zij
Vaarwel schoon lief, de trommel slaat Marsch, marsch, ik ben soldaat

Her verhaal van Jef Boerjan

Jef Boerjan werd geboren in Leffinge op 26 maart 1885. Schrijnwerker van beroep, was hij tevens kerkzanger.

Reeds op jeugdige leeftijd ( 8 jaar) begon hij te zingen in de kerk. Tot op hoge ouderdom boeide hij de aanwezigen met zijn warme stem. Hij heeft de loting meegemaakt.

Zijn relaas hebben we opgenomen op band. Hieronder volgt letterlijk wat hij verteld heeft:

Wel, we ging en naar Bredene, aan ’t Sas zoals men zegde en natuurlijk de Middelkerkenaars, ’t was Lombardsijde, Westende, Slype, Wilskerke; iedereen moest daar naar toe en er waren er dan altijd bij, die van te voren al enkele pintjes hadden gedronken.  De voorzitter maakte dan zo van zijn neuze.

Er was hier dan zelfs een ventje bij, Henri Ghijselbrecht en dat ventje dronk nooit geen pintje. Ik geloof dat hij nog nooit op café geweest was, een heel braaf jongetje, maar de anderen, je weet wel hoe dat gaat, ze zeiden: “Henrietje, ga je er één drinken?” Henrietje dronk hem dronken en tegen dat hij moest gaan loten, was hij poereloere dronken en de voorzitter as dan natuurlijk bezig met opspelen tegen hem omdat hij dronken was en ik had er compassie mee, ja omdat dat jongetje nooit dronken was, maar ’t was de schuld van de anderen.

Nu wij moesten dan loten hé, en dat is een karnetje, een glazen karnetje en er is daar iemand bij, die dat doet draaien en je moogt daar je hand insteken en een nummertje uithalen. Dat is gelijk een klosse. Dat is een rond busje en er zat daar een nummertje in.

Als je een groot nummer had, tot 140 was je er bijna altijd uit. 140, 145, dat was navolgens het getal lotelingen dat er waren.

Charles Billiet had 108 en Blondeel had in de negentig, ik geloof dat het 96 was en ik zei zo, ik zal er ook in zijn en er was daar één van die gendarmes hé, hij lei zijn hand op mijn schouders: “zwijgen hé”, zei hij.

Zo, dan was het aan mij: ik stak daar mijn hand in. “Cent septante”, zei hij, en de voorzitter en ik zeg: “ik ben er uit”, en ik naar beneden. Ze steken daar pluimen op je klakke, je zijt er uit hé, vaneigen, degenen, die er in zijn, staan vanonder aan de deure.

Charles Billiet zei tegen mij “Jef, zeg, ga maar naar huis, ik ben er in.” Ik zeg: “Neen, Charles, ik ga naar huis niet, ik ben er uit, kijk maar eens hier”. En Charles ging naar huis.

Hij heeft het achterna nog kunnen arrangeren, dat hij geen soldaat moest zijn. Ik weet niet waardoor, maar hij is geen soldaat geweest.

Je kon je eruitkopen, dan moest ge 1600frank betalen (=jaarloon van een werkman)

Je moest dat van te voren storten. Er waren er dan veel van die rijke gasten, die er in trokken en die achterna een man kochten, die 1600fr. Gaven aan een man, die er uit was om geen soldaat te moeten zijn. Er was geen enkel rijk mens, die soldaat was.

Sidebar