Hoveniers van Lombardsijde

Hoe lang nog zal Lombardsijde vooral bekend blijven als dorp van de hoveniers? De teloorgang ging zowat parallel met de opgang van het sociaal toerisme, na de tweede wereldoorlog.

Nog in 1981 werd een elf hectare groot terrein, begrensd tussen de Bassevillestraat, Polderdreef, Elisabethlaan en Zeelaan ingericht als kampeer- en recreatiedomein. Voorheen was deze volledige zone uitsluitend bewoond door hoveniers. Zelfs de tramhalte, aan de hoek van de Zeelaan en Elisabethlaan werd in de volksmond ‘Pretstatie’ geheten.

Een marktdag in Oostende

De dag voor de marktdag was voor de hoveniers het drukst. Alle groenten werden toen nog gekuist en gewassen. Zo werden de wortelen in een ‘stande’ (houten kuip) op een plank gewassen met een harde borstel. Nadien werden de wortelen in een ‘bongeltje’ gebonden, met een wiedauwwisse. Winterwortelen werden los, per gewicht verkocht.

Tot kort na de Tweede Wereldoorlog werd nog door de hoveniers van Lombardsijde met paard en kar naar Oostende gereden. In de zomerperiode tot driemaal toe per week: de maandag, donderdag en zaterdag. De marktkarren waren grote tweewielvoertuigen, van hoepels voorzien en waarover een zeil kon worden gespannen. Onderaan werden uit ‘wiedauwwissen’, van wilgebomen in de duinen, vervaardigd; o.a. door ‘Blinde Muylle’ uit Middelkerke. In deze baggen werden allerlei groentes gestapeld: prei, selder, kropsalade, wortels, schorseneren, bonen enz. Aardappelen werden doorgaans in zakken vervoerd. Deze werden vooraf bij de rooien in ‘oormanden’ gegooid. Drie ‘oormanden’ vol wogen samen ongeveer 50 kg.

Midden in de nacht, tussen 02 en 03 uur werd al vertrokken. Vooraleer te vertrekken werd traditiegetrouw een ‘God zegen en beware ons’ uitgesproken en een kruisteken gemaakt. Gezien het nachtelijke uur, diende men aan de dissel een petroleumlamp te hangen, aan de linkerkant, daar waar de menner zat. De tocht naar Oostende, over de Nieuwpoortsesteenweg, duurde een drietal uur.

Normaal werd de tocht meegemaakt door beide echtgenoten. In de meer drukke zomerperiode nam men ook wel eens een zoon of dochter mee om een handje toe te steken bij de verkoop.

Om de schokken van de kar op de kasseien ietwat te verzachten, werd op de zitbank een ‘kafzak’ gelegd. Slapen of dutten was uit de boze, want indien de gendarmes je hierop betrapten, volgde een boete. Om het paard eventueel aan te porren, had men een ‘djakke’ bij de hand, een zweep, in ‘welsterleder’: welster was ersgatleer.

Vele hoveniers hielden in Raversijde even halt bij ‘Margriet van de Schulle (Margriet Vangheluwe)’ om een koffie met een druppel te drinken teneinde zich wat te verwarmen. ’s Namiddags bij het terugkeren waren de gekendste pleisterplaatsen voor Lombardsijdse hoveniers ‘De Crocodile’ en de ‘Perlutte’ . In Westende bij Fluppe Koeie’s.

Eenmaal in Oostende werden vooraf nog enkele klanten-winkeliers bediend, zoals Gaby Vanhevel op de Torhoutsesteenweg.

Tegen 07u. kwamen de meeste hoveniers op de Groentenmarkt aan: zij kwamen niet alleen uit Lombardsijde, Westende en Middelkerke, maar ook uit Oudenburg. Het Oostends stadsbestuur zorgde voor de kramen, terwijl een geldinner, met kepie en typische geldtas, het standgeld kwam ophalen. Na het lossen van de groenten werden paard en kar gestald in de afspanning ‘Sint-Sebastiaan’.

Op de markt spande moeder de vrouw zich een korte schorte aan, om er netjes uit te zien. Onder de rok droeg men een linnen zakje, met een lint rond de lenden gebonden waarin het geld werd weggeborgen.

Voor het wegen van de groenten werd gebruik gemaakt van een fonten (gietijzeren) weegschaal. Grotere hoeveelheden werden gewogen met behulp van ‘ingsels’, de in de hand gehouden gewichtsbeugel.

Iets voor de middag kwamen de zogenaamde ‘elf n’alf gasten’, degenen die op alles en nog wat afboden, omdat zij toch wisten dat weinig hoveniers geneigd waren de restanten terug naar huis te nemen. En ook de ‘grijze nunnetjes’ kwamen dan ‘al dukke nekken weg’ (heimelijk) hun inkopen doen.

Eenmaal de marktverkoop gedaan, ging men in ’t Parapluutje een bolle soep gaan drinken.

In de voormiddag gingen de jonge hoveniersdochters en zoons van hun kant wel eens een uurtje dansen in de ‘Valentino’, in de Kaaistraat. Alvorens huiswaarts te keren, werden nog enkele vaste klanten bediend, veelal vrouwen uit de burgerij, die op de markt gekochte groenten aan huis besteld wensten te krijgen.

In de winter, in de zomer… van Lombardsijde naar Oostende

Tijdens de wintermaanden werd uiteraard slechts éénmaal per week gemarkt (op feestdagen tweemaal). Teneinde zich, op weg naar Oostende tegen de koude te beschermen, werd een oude deken op de knieën gelegd, terwijl de vrouwen hoofd en hals in een zwarte neusdoek hulden.

Als het regende legde men wel eens een patattezak op het lijf van het paard. ’s Zomers daarentegen kregen de paarden een netje voor de borst opgehangen, tegen de vliegen.

In geval van sneeuw werd voor het vertrek een vijftal pinnen in de hoefijzers van het paard gedraaid. Zo vermeed men het uitglijden. De smeden in die dagen waren Reynaert uit de Schoolstraat in Lombardsijde of Provoost uit de Molenstraat uit Westende.

Teloorgang

Na de Tweede Wereldoorlog deden lichte camionettes hun intrede. Naderhand kwam men ter plaatse bij de hoveniers de groenten ophalen voor de veiling. Zo verdween het systeem van producent naar de verbruiker.

Sidebar