De laatste 3 IJslandvaarders

In 1954 werd door de lokale Davidsfondsafdeling hulde gebracht aan de nog drie overblijvende IJslandvaarders van Westende en Lombardsijde: Pol Corteel, Theofiel Vanelverdinghe en Karel Vandevoorde.

Pol Corteel

“Ik ben geboortig van Oostduinkerke”, verklaart Pol, die 57 jaar woonde in het nu gerestaureerde ‘Iselandia’, op de hoek van de Lombardsijdelaan en de Hovenierstraat. “Geen enkele familie kon bogen op de IJslandvaart als de onze. Thomas, mijn vader, was koster van de kerk van Lombardsijde. Hij liet zijn slecht betaald baantje staan en ging met zijn zoons mee op IJsland varen. Hij deed niet minder dan 36 reizen, wat hem zeker bij de recordhouders bracht. Mijn broers August, Henri (‘Pette’), Arhur en Emiel maakten ieder 20 à 28 reizen mee. Ik, de jongste, bracht niet verder dan acht reizen, omdat ik begon te ‘vrijen’ en liever bij de meisjes bleef.

Ik was amper 14 jaar oud, toen ik als ‘jongen’ de eerste reis meemaakte en gedreven door armoe en avontuur, het als plezierreisje opnam. Ik werd aangemonsterd bij ‘Julia’ te Duinkerke en na zes maanden zou ik 240fr in moeders handen mogen leggen. Ieder schip dat uitvoer was met 18 tot 21 koppen bemand. De kabeljauw, de heilbot, enz. werden met de lijn gevangen. Op het eiland zelf stond toen een haringfabriek, niet groter dan mijn ‘vertrek’ thuis… Steeds heb ik geluk gehad en dat dank ik aan Onze-Lieve-Vrouw”.

Toen haalde Pol een koperen kogeltje boven, waarin een Mariabeeldje zo groot als een vinger was verstopt en vastgemaakt. Dat is Onze-Lieve-Vrouw van Duinkerke en het diende hem als scapulier; ook had het hem later behoed toen hij aan de in opbouw zijnde Sint-Petrus- en Pauluskerk te Oostende werkte en van op 40 meter hoogte naar beneden viel en ‘slechts’ met gebroken armen en benen werd opgenomen.

Verder vertelde Pol in welke omstandigheden makkers overboord werden geslagen om voor eeuwig in de golven te verdwijnen.

In het rampjaar 1888, toen 19 schepen met man en muis vergingen en 153 vissers niet minder dan 90 weduwen en 341 wezen achterlieten, voer zijn broer ‘Pette’ (17 jaar), op de ‘Concorde’ en overleefde de ramp. Maar op die reis vervroor zijn neus, zodat ‘Pette’ Corteel de grootste neus van het land kreeg. In heel wat publicaties, boeken en ook in musea (o.a. in Londen) werd zijn foto gepubliceerd.

Theofiel Vanelverdinghe

Theofiel Vanelverdinghe, beter gekend onder de naam ‘Koketje’, is afkomstig uit Koksijde en behoorde eveneens tot een echte vissersfamilie. Hij maakte zeven reizen mee. “Al mijn zonen zijn visser geworden. Toen ik voor het eerst IJsland naderde, was ’t al torre en kerke die ik zag, dat waren natuurlijk de rotsen en bergen die twintig mijl in zee kon ontwaren. Waar we in IJsland aan wal kwamen, was er slechts één café en om beurten kon ieder uit hetzelfde glas drinken. Iedere dag kregen we een kwartliter brandewijn: dat hield er de moed en de warmte in. Tijdens de vijfde reis verging ons schip in de Engelse wateren. We werden gered en ik kwam over Leeds per stoomboot naar Duinkerke terug..”

‘De Jager’, een Frans oorlogsschip, bracht de brieven van thuis en verleende alle mogelijke bijstand. Tijdens de korte dagen dat het schip daar verbleef, gebeurde het ook dat een der onzen als weerspannige in de gevangenis werd gestopt”.

Meer dan 45 jaar is Koketje visser gebleven en tijdens de beide wereldoorlogen verbleef hij in Engeland waar hij ook op visvangst ging.

Karel Vandevoorde

Karel Vandevoorde, door iedereen gekend als ‘Pier van de Katriens’, maakte tien reizen mee. Niet één van zijn kinderen voer op zee. Hij was 22 jaar toen hij zijn eerste vaart maakte. Daarover vertelde hij:

“Zes maanden op een notedop van amper 20m lang, die slechts eenmaal in een baai aanlegde om voedsel en water op te slaan. Een pleziertochtje. Dat gebeurde vaak in een vliegende storm en ijzige kou en tussen gevaarlijke klippen en soms op boten, die beter niet waren uitgevaren. Zat de wind in ’t goe gat, dan werd er spoed achter gezet, maar als er geen wind was, dan kon men dagen blijven liggen en ging er kostbare tijd verloren”.

Tijdens de zesde reis werd ‘De Perle’ tussen twee IJsbergen geplet en vier vissers, onder wie een Vlaming, verdronken. Niet iedere reis was een meevaller. De grootste kabeljauw, die hij ooit heeft gevangen, woog 26 kg. De mooiste heilbot, waarvan de kop 25kg woog, bereikte het respectabele gewicht van 125 kg.

Sidebar