Brandweerkorps Leffinge 1912-1918

In 1902 overweegt de Leffingse gemeenteraad om een brandweerkorps op te richten. Na overleg wordt beslist bij het huis Beduwé in Luik brandweermateriaal aan te kopen. Voor een bedrag van 2.500 bef kopen ze een brandspuit met pomp op een klein voertuig met veren geplaatst en 250 meter spuitslangen.

Een brand op de boerderij Mechelhof van het gezin Charles

Casselman-Vermeire in de Mechelhofweg versnelt de oprichting en de gemeenteraad keurt op 7 september 1903 het reglement en de inrichting van het brandweerkorps goed. Voor de tussenkomst van het korps van Middelkerke bij deze brand wordt aan hen 121,45 frank betaald.

Elf brandweerlui worden benoemd op 30.12.1903 met Pieter Pruvost als bevelhebber (1903-1908) (gemeenteraad dd 30.12.1903).

Brandweerman Henri DevosBevelhebber: Pruvost Pieter (°1872)
Leden:
Baeteman Polydoor (°1877)
Peel Willem (°1883)
Cogghe August (°1869)
Staelens Leon (°1871)
De Vos Henri (°1873)  (foto)
Terryn Francis (°1856)
Mares Alfons (°1882)
Thomaere Karel (°1870)
Muyllaert Achiel (°1880)
Van Loo Désiré (°1869) (foto)

Op 20.03.1905 worden nog eens drie brandweerlui benoemd: Matte René (°1870), Portier Karel (°1869) en Seys Karel (°1870), dit brengt het aantal op 14 man. Désiré Van Loo sterft als laatste burgerlijk slachtoffer van Leffinge op 14 oktober 1914.

Het materiaal wordt gestapeld in een nieuwgebouwd magazijn achter het gemeentehuis naar plan en bestek van de heer Pil (GR 18.02.1904).

Op donderdagmorgen 25 augustus 1904 brak er brand uit op de brouwerijhofstede van Felix en Irma Proot-De Graeve. De boerderij- brouwerij was gelegen in de toenmalige Mariakerkestraat (huidige Legeweg 5).
Door de efficiënte tussenkomst van het Leffingse korps gingen alleen de schuur en de inboedel in de vlammen op, het woonhuis en de stallen werden gevrijwaard. Charles Poyblant, schoonzoon van veldwachter Louis Strubbe, hielp mee aan de bluswerken, hij was nochtans geen brandweerman. Hierbij werd zijn rechterwijsvinger verpletterd.

Tijdens de jaren 1907-1908 worden de diensturen geregeld en een reglement van inwendige orde opgesteld. Ook wordt beslist de maandelijkse oefeningen te hernemen vanaf zondag 26 mei 1907 tot eind september. Met de vereiste dat iedere oefening minstens drie uren moet duren en een lijst opgesteld moet worden van de aanwezige maanschappen en overgemaakt aan het Schepencollege (GR15.05.1907). Bij gemis aan kredieten wordt het brandweermateriaal
niet aangevuld en worden geen nieuwe brandweerlui aangeworven.

In 1908 wordt het korps ontbonden en op de gemeenteraadszitting van 5 februari 1908 heropgericht. Einde maart 1908 sluit de gemeente een verzekering af bij ‘Les Patrons Réunis’ voor gebeurlijke ongevallen bij de pompiers. In hetzelfde jaar worden 17 brandweerlui benoemd.

Het zijn:
Ameloot Plilip (°1877)
Mares Karel (°1863)
Boedt Karel (°1890) (foto)
Muyllaert Achiel (°1880)
Braem Jerome (°1883)
Opstaele August (°1882)
Bullynck Basiel (°1883)
Seys Karel (°1870)
Cogghe (August) Emiel (°1869)
Terwe Isidoor (°1881)
De Raedt Engel (°1884)
Van Eessen Henri (°1882)
Jonckheere Emiel (°1867)
Van Houtte Camiel (°1880)
Lynneel Gustaaf (°1884)
Van Loo Adelard (°1875)
Maes Eduard (°1865)
 

Het wordt een volledig nieuw korps op de herbenoeming na van Cogghe, Muyllaert en Seys. In 1908 wordt August Decramer benoemd in de plaats van  ontslaggever Braem Jerome. Decramer wordt gemobiliseerd in 1914 en keert pas na 1918 naar Leffinge terug. Karel Boedt sneuvelt te Ramskapelle op 31  oktober 1914. Eind mei 1908 wordt Karel Seys vervangen door Pieter Ryckewaert. In juni van hetzelfde jaar wordt Adelard Van Loo vervangen door Emiel Letten (deze neemt ontslag op 3 maart 1910). Emiel Cogghe, die verhuist, wordt vervangen door Eduard Billiauw.

De Leffingse brandweer rukt uit op 27 oktober bij Louis Rommel, molenaar op de Groenhagemolen. De gemeenteraad beslist de pompiers te vergoeden (37,5 fr.), evenals Leon Staelens (oud – brandweerman) die gewond wordt als vrijwilliger tijdens de bluswerken, maar ook andere helpers (GR16.11.1908).
Bevelhebber Karel Seys (1908) neemt na enkele maanden ontslag (wegens verhuis) en wordt vervangen door Basiel Bullynck (1908-1910). Na twee dienstjaren verlaat Bullynck Leffinge en in 1910 is Isidoor Terwe bevelhebber a.i. ter vervanging van Bullynck. Meteen wordt ook nieuw brandweermateriaal aangekocht, o.a. een klaroen.

Een bericht meldt de bevolking dat bij brand onmiddellijk de klaroenblazer en de klokkenluider gewaarschuwd moeten worden. Einde 1908 betaalt men vergoedingen aan de brandweerlui. Wegens verhuis van Isidoor Terwe hierbij zijn ontslag aanbiedt, wordt Emiel Cyriel Despodt aangesteld op 19 januari 1911 als nieuwe bevelhebber (1911-1918).

 

Sidebar