Weinig interesse voor de verkoop van bouwterreinen op de Zeedijk

Na de eerste bloei van het toerisme en de expansie van de Zeedijk kende Middelkerke met de eeuwwisseling een periode van verzadiging. Heel wat  bouwgronden op de Zeedijk -tot aan de huidige Houyoustraat, met uitzondering van de verst van het centrum gelegen huizenblokken- waren verkocht en
bebouwd.

 

Er waren zo’n 160 huizen op de dijk opgericht en ook in de dwarsstraten en Leopoldlaan stonden al aardig wat woningen.

Ten oosten van de Kerkstraat, tot aan de Zeedijk, stond echter bijna niets. Reden hiervoor is dat de meeste gronden eigendom waren van de Kerkfabriek. In de Dorpskom was er café “De Gouden Leeuw”, uitgebaat door Baeyaert, met ernaast een werkplaats. Voorbij de huidige Smidsestraat had schilder Rogier zijn woning gebouwd. Verder was er sinds 1894 de pastorie. Juist voor de Duinenweg stond er nog het oude hovenierspostje waar Jean D’Hondt een cafeetje openhield.

Eens voorbij de Duinenweg waren de duinen eigendom van de Staat. Op de hoek van de huidige Joseph Casselaan bouwde Edouard Rodenbach(1) het hotel “Victoria” in 1892.

Aan de overzijde stond sinds 1894 het postgebouw(2) en op de hoek van de Zeedijk de dokterswoning van Pieter Jozef Casse.
Hij had intussen evenwel zijn eigendom verkocht. Verder naar Oostende stond sinds 1885 enkel het “Hospice(3), een lekenhospitaal voor kinderen met beenderziekten.

Middelkerke  groeit na de eeuwwisseling

Na 1900 valt het op dat er op de Zeedijk nog weinig wordt gebouwd, terwijl in andere badplaatsen, zoals Westende, Oostduinkerke, Koksijde, De Haan enz… het toerisme eigenlijk pas op gang komt.

Kort voor de eeuwwisseling beslist het Ministerie van Financiën en Openbare Werken een deel van haar duinen, gelegen tussen de huidige De Smet de Naeyerstraat en het Hospice, te verkopen. Deze gronden had het Hospice nu niet meer nodig, onder andere door de elektrische tramlijn die sinds 1898 het terrein doorkruiste. De dokterswoning van het Hospice was inmiddels verplaatst van de Zeedijk naar het ‘Wit huis’ op het huidige Degreefplein. De strook Zeedijk tussen het Degreefplein en de de Smet de Naeyerstraat werd zodoende voorbereid als bouwgrond. Een verkaveling werd opgemaakt en de bouwpercelen zouden per opbod verkocht worden

Op 4 augustus 1900 keurde de heer Edmond Thomas, eerste hoofdinspecteur, namens de minister, het verkoopslastenboek goed. De toewijzing van de loten gebeurde na het uitdoven van drie kaarsen die na elkaar werden aangestoken. Dit is een in onbruik geraakte wijze van openbare verkoping. De voorgevel op de Zeedijk moest gebouwd worden op 23,00 m van de kam van de wandelweg en de afsluiting aan de kant van de Leopoldlaan (nu Casselaan) op 10,00 m van de as van deze weg.

Na verwerving dienden de kopers binnen het jaar en in afwachting van de bouw van hun villa een houten afsluiting te plaatsen van 2,00 m hoog. Ze moesten eveneens een wandelweg aanleggen van 5,00 m breedte op de Zeedijk in een grèstegel (grès d’Attre ou de l’Ourthe) van 14 x 14 cm. Deze laatste werken werden door de Dienst Bruggen en Wegen georganiseerd en de kopers dienden de kosten ervan te dragen. Er werd uitdrukkelijk verboden om gemaksputten, sterfputten, bezinkputten voor vuil water en dergelijke te bouwen.

De woningen dienden elk afzonderlijk aangesloten te worden op het nieuwe openbare rioleringssysteem. Er was geen verplichting om binnen een bepaalde termijn een woning te bouwen.

Opmerkelijk is het gemak van betaling dat werd aangeboden. Binnen de twintig dagen na de toewijzing per aangetekend schrijven diende 10 % van de koopsom te worden betaald aan ‘de Domeinen’ te Oostende voor de kosten, erelonen en rechten. De hoofdsom moest betaald worden per vijfden, de
eerste aflossing eveneens binnen de 20 dagen, en verder telkens op dezelfde datum, elk jaar nog een vijfde aan een intrest van 4,5 %. Elke koper diende een borgsteller te hebben die solidair met hem verbonden is.

Naast de dokterswoning Casse en het postgebouw had dhr. Cogels uit Antwerpen reeds een lot van 18 m op de Zeedijk die doorliep tot aan de Leopoldlaan (nu Casselaan) verworven. De familie Cogels nam architect Th. De Groeff uit Antwerpen onder de arm en kreeg op 4 april 1900 een bouwvergunning. De gevel van deze woning werd op 21 februari 1978 beschermd als monument. Tussen deze woning en de doksterswoning werden twee loten gemaakt van 6,00 m. ( nrs. 1 en 2), verder naar Oostende toe 5 loten van respectievelijk 6,50 – 5,00 – 6,50 – 5,50 en 5,00 m. (genummerd van 3 tot 7) en de  achterligggende loten (nrs. 8 tot 12).

Veilingsdag in Middelkerke kent weinig succes

De eerste zitting van de openbare verkoop greep plaats op 3 september 1900 onder toezicht van notaris Albert Stroom uit Nieuwpoort in het gemeentehuis
van Middelkerke.

Slechts loten 1, 4 en 6 werden toegewezen aan respectievelijk ingenieur Gregoir Wincqz uit Zoningen, dokter Theophiel Huybrechts- Gillet uit Sint-Gillis en dokter Karel Goris uit Brussel.

Dhr. Wincqz bouwt niet en verkoopt in 1910 zijn bouwgrond aan Lodewijk Pottier-Van Cuyck uit Oostende. Pas dan wordt een woning gebouwd. De familie Huybrechts bouwde met architecten A. Gillé en J. Prémont villa ‘Les Aras’ op de Zeedijk en een woning in de Leopoldlaan waarvoor ze op 31 oktober 1900 een vergunning kregen. De familie Goris startte vanaf 7 november 1900 de bouw van hun villa ‘Lust in Rust’ met dezelfde architecten. Beide families bleven eigenaar tot na de oorlog.

Gezien het geringe succes van de eerste openbare verkoop werd een tweede openbare verkoop georganiseerd op 30 oktober 1900 om 15.00 uur. Die vond opnieuw plaats in het gemeentehuis van Middelkerke ‘bij opbod en uitbranding van waschlichtjes’ zoals op het lastenboek vermeld staat. De loten werden hernummerd, van 1 tot 4 op de Zeedijk met telkens een reeds verkocht lot er tussen in, en loten 5 tot 9 aan de Leopoldlaan. De instelprijs was afgerond 60 fr per m2 op de Zeedijk en 30 fr. per m2 voor de percelen op de Leopoldlaan. Lot 1 werd verkocht aan dhr. Jean Huyghe voor het ingestelde bedrag van 8900 fr. Loten 2 en 3 werden niet verkocht. Loten 4 en 5 werden ook toegewezen aan dokter Theophile Huybrechts, voor de ingestelde bedragen van
respectievelijk 6725 fr. en 3375 fr. Loten 6 en 8 werden verkocht aan de heren Goris en Huybrechts zodat zij hun eigendom tot aan de Leopoldlaan  verlengden.

Dokter Huybrechts startte de bouw van zijn tweede villa, die hij ‘Lamberta’ zou noemen, op 23 november 1905. Architect A. Van Arenbergh uit Leuven was belast met de bouw van villa ‘Eglantines’ van minister Jules Vanden Heuvel die tussen beide voorgaande constructies werd opgetrokken vanaf 13 november 1901.

In 1902 probeerde de overheid het voor de derde keer, ditmaal in volle seizoen. Op 18 augustus werd weer een openbare verkoopdag georganiseerd door notaris Stroom.

Er waren minstens 20 loten, doch slechts 6 ervan vonden een nieuwe eigenaar.

Loten 3, 4 , 5 , 18 , 19 en 20 die samen 713,68 m2 groot zijn, werden samengevoegd en toegeslagen voor de som van 32.225 fr. Dit komt neer op 45,15 fr/m2, nog steeds de gemiddelde prijs van twee jaar voordien. De gronden werden toegewezen aan Victor Rayée, een aannemer uit Middelkerke die zijn collega Jean Van Hecke als borgdrager heeft meegebracht.

Na de toeslag verklaarde dhr. Rayée dat hij heeft geboden voor mejuffrouw Jeanne Luig, een handelaarster uit Brussel. Op 5 september 1902 zei de koper echter niet voor Jeanne maar voor Agnès en Cathérine Luig te hebben gekocht, waarna de koopakte werd opgesteld en verleden voor notaris Jean Faict uit Oostende. Voor de overheid tekende dhr.Jules Bonte, ontvanger der Domeinen.

Architect Jules Barth werd aangesteld door de juffrouwen Luig. De plannen waren klaar op 9 april 1903. Op 12 juli en op 5 oktober van datzelfde jaar werden nog wijzigingen aangebracht  (goedkeuringen op 26 april en 14 oktober 1903). De woningen kregen de namen Leo Suzie , Concordia en Zephyrs.

Victor Rayée voerde de werken uit. Hij woonde in de Koninginnelaan en hij kwam uit Hulpen in 1893 als 29 jarige jonge ‘plafonneerder’ naar Middelkerke. Hij was een van de vele fortuinzoekers die op het einde van de vorige eeuw naar de kust verhuisden in de hoop daar rijk te worden.

In deze periode vonden nog drie andere verkopen plaats van bouwgronden in dezelfde woningblok op de Zeedijk. Tussen de woningen Luig en het terrein van dhr. Huybrechts bouwde vrederechter Omer Destraet uit Zoningen ‘villa Valentine’ (goedgekeurd op 13 mei 1903) en bouwde bureeloverste Jozef Decerf-de Cloux uit Verviers ‘villa Betsy (goedgekeurd op 26 oktober 1904); tussen de woningen van Huybrechts en Cogels bouwde dhr. Allard ‘villa Gabriel’.

Het is duidelijk dat toen de overheid besliste haar gronden op de Zeedijk te verkopen,de interesse verdwenen was.

Met veel moeite verkocht ze de terreinen. De kopers waren van gegoede klasse,o.m. ingenieur,dokter en zelfs een minister. Het werden alle ruime  herenwoningen ontworpen door architecten uit de stad. Toen in 1911 het Excelsior hotel werd gebouwd was dit het laatste bouwwerk richting Oostende, geen rekening houdende met het Hospice. Na de oorlog verdween het Hopice maar het duurde nog tot de jaren 70 vooraleer ook hier gebouwen werden opgericht.

Voetnoten

(1) Graningate jg.1 nr.1 blz. 41-52. De stichting van Middelkerke als badplaats, R. Van Troostenberghe.
(2) Graningate jg.8 nr. 30 blz. 41-49. Over het ontstaan van het postgebouw van Middelkerke, R. Van Troostenberghe.
(3) Graningate jg. 2 nr. 6 blz. 93-105. Het Hospice Roger de Grimberge te Middelkerke.

Sidebar