Spermaliehoeve en het begin van hoevetoerisme

Ruim dertig jaar geleden is voor het eerst een vorm van vakantie op de boerderij begonnen. In de jaren zestig van vorige eeuw kregen we jaarlijks op onze
boerderij te Sint- Pieters-Kapelle in de meimaand het bezoek van een schoolbus uit Mechelen. De uitleg over het bedrijf, de dieren en vooral de paarden boeide de kinderen mateloos.

 

Alles begon met een simpele vraag

Na verloop van tijd stelde de directeur me discreet de vraag of het mogelijk was zijn verlof bij ons door te brengen. Dat had ik in geen  geval verwacht: een stadsmens die vroeg om naar de boerenbuiten te komen om te genieten van de stilte en de rust midden de natuur. Toen bijna ongelooflijk.

We hebben er lang over nagedacht, maar onze kinderen eisten nog te veel aandacht. De gedachte is nochtans blijven nazinderen. Een poos later liep ik met de eigenaar wijlen baron Jacques de Crombrugghe over het erf met voor ons in het zicht het ruime woonhuis met zijn typische dakvensters. Plots kwam de gedachte me opnieuw te binnen en ik vroeg: “Wat denkt u indien we die leegstaande zolderkamers opknapten voor hoevetoerisme?”. “Dat moet ge zeker  doen”, antwoordde hij enthousiast.

Hij voegde er nog aan toe: “Als ge er voor te vinden zijt, wil ik de zolders boven de paardenstallen inrichten met het nodige logies voor kinderen”. Een wens die pas na 30 jaar werd verwezenlijkt. We opteerden voor een familiaal verblijf met gezinnen. Het woonhuis met zijn beide ingangen was er omzeggens voor gebouwd.

Op zondag 19 september 1971 kregen we het bezoek van de Gidsenkring Westhoek. Ik had ’s morgens de uitgebreide geschiedenis van de hoeve op band ingesproken om het gedurende het bezoek te laten aflopen. Bij het vertrek van de groep vertelde een zekere Guido Van Dorpe, leraar aan het college te Veurne, dat hij zinnens was een v. z. w. op te richten voor poldervakantie. Het was het gepaste moment, en dadelijk sloten we aan.

Toen hij me vroeg of ik nog kandidaten kende, stuurde ik hem naar een familie in de buurt die er later een bekend restaurant hebben van gemaakt. Met spoed werden de zolderkamers opgeknapt. Het nodige sanitair en de centrale verwarming werden geïnstalleerd. De heer Van Dorpe was de gepaste persoon en kende de knepen van het vak om als promotor de publiciteit doeltreffend aan te pakken. Door het feit dat dit soort toerisme nieuw was, kwamen pers en media er meteen op af.

Hoevetoerisme wordt opgepikt door de nationale en internationale pers

“Het Laatste Nieuws” stuurde de redacteur M. Demey. Hij bleef bij ons overnachten, schreef niet alleen een uitgebreid artikel maar vulde een vol blad met lof in ons gastenboek: “Met een prettige nasmaak en een zeer schone herinnering gaan we dan maar terug naar Brussel!”, signeerde Miel Dekeyzer, B.R.T.
“Polderhoven bieden Logies ….Toerisme”, blokletterde “Het Nieuwsblad” op woensdag 29 maart 1972, met een gedetailleerde uiteenzetting over de nieuwe vorm van toerisme. “La Dernière Heure” publiceerde een half blad met een reportage over een drietal boerderijen. De reporter Jacques Van de Voorde vulde ook nog een bladzijde over zijn bevindingen in het gastenboek: “Des Vacances à la ferme … sympathique et chaleureux”, was de slagzin. Later verscheen ook in “Le Soir” een uitgebreid verslag over de vakantiehoeves met als titel “Sympathiques les fermes du Littoral”. Alsof dit nog niet genoeg was, verscheen in “die Volkszeitung” met een foto “Ferien auf einem Hof”. Der ‘Spermalie-Hof’ bei Veurne-Ambacht”.

De eerste gasten

Op zaterdag 3 juni 1972 kwamen de eerste gasten toe. Dat waren apotheker Van de Voorde en zijn echtgenote uit Lokeren en een familie uit Nederland. Het was meteen een belevenis. Elkeen had iets boeiends te vertellen en de verhalen liepen veelal uit, tussen pot en pint, tot in de late avond. Ik lees in het gastenboek:

“De eerste vakantiegangers van de polder
sliepen in Spermalie op zolder.
Zij verlosten de koe en het zwijn,
Dronken de boer zijn bier en zijn wijn.
Al was het weder buiten nat en guur,
Warme gastvrijheid bracht hen terug tot de natuur”.
J. Van de Voorde

De week daarop konden we kennis maken met de familie Durin. Hij was professor aan het St. Lucas Instituut te Gent. Hij genoot bekendheid bij het uitvinden van spanbeton en onder de oorlog wilden de Duitsers hem kost wat kost naar Duitsland halen om er zijn experiment uit te voeren. Aangezien hij nog bezig was met de restauratie aan de St. Baafs-Kathedraal kon hij dat afwentelen, maar later werd hij onder dwang opgeëist om zijn kennis in Berlijn te  doceren. Zo kwam hij terecht in de slag om Berlijn.

Dagelijks mocht hij de gamellen van de vechtende soldaten reinigen en alle restjes samen hielden hem in leven. De kanonnen bulderden van op korte afstand in de straten, en huis voor huis werd uitgekamd. Toen de Russen binnentrokken, zat hij nog alleen in een kelder, ze zetten hem tegen de muur, vermoedende dat hij een officier was in burger. Hij begon te wenen en toonde een foto van zijn vrouw en kinderen, de ene had medelijden en gaf teken hem niet te doden. Na zijn bevrijding kwam hij thuis, uitgeput van ellende. Hij leerde me ook de truc hoe een ei recht te zetten maar niet als Colombus door het te breken. Hij verwijderde zich om met een draaiende beweging de dooier te doen cirkelen binnen de schaal, kwam terug en zette het ei recht op tafel, soms voor enkele minuten soms voor een uur… Ondertussen liep de poldervakantie als een trein.

Hoevetoerisme kent groot succes

Zelfs de B.R.T. was nieuwsgierig en stuurde op 15 april de TV-ploeg “Alledag” en tekende: ”Met het nieuw initiatief Poldervakantie wensen we U veel succes”, Michiel Vanlaer cineast met klank ingenieur en gezelschap. De ploeg TV “Echo” kwam op 5/7/1972. Kort daarop kwam “Binnen en Buiten”. Het was werkelijk buiten en binnen. Ze vroegen me paard en koets aan te spannen om eerst van op het rijtuig de hoeve en de omgeving in beeld te brengen  vooraleer het interview zich binnen voltrok. Ik lees in het gastenboek: “Met veel plezier bij onze eerste kennismaking”. Ik kan van het sympathieke gezelschap alleen de handtekening van Guido Van Rooy en Angelica Lagae ontcijferen. Later maakte “Voor Boer en Tuinder” nog een volledige uitzending met de familie  Snethlage uit St. Genesius Rode en een duitse familie uit Regensburg. Ook “Internationale Landbouwmagazine” kwam later nog aan de beurt.

Bij Westtoerisme volgde men het nieuwe experiment op de voet en directeur Roland Annoot vriend aan huis stelde voor, een openingsreceptie te geven op de hoeve. Dit gebeurde op maandag 5 juli 1972. Iedereen werd van op de parkingweide afgehaald per koets. Een streekspecialiteit van  boerenbrood met hesp, pikante mosterd en trappistenbier van West- Vleteren, dit paste harmonieus op deze vroegere abdij.

Als slot bracht de Balegemse jenever de kers op de taart en leven in de brouwerij.

In de streekkranten lezen we: “Een primeur voor de Westhoek – Vakantie op een Vlaamse Boerderij”. Een lange uiteenzetting begon als volgt: “De Heer Legein voorzitter van Westtoerisme, keek glunderend en met stralende glimlach naar het groepje stadsmensen met een reeds gebronsd gelaat. Vijf jaar  geleden werd zo een vakantie onmogelijk en kijk nu eens aan!”. Alles liep gesmeerd, maar toch waren er ook schoonheidsfoutjes. Onze gasten kwamen meestal van de autosnelweg toen nog Jabbeke voor bij de hoeve en moesten op zaterdag afgehaald worden op de markt in Veurne.

Later is daar verandering n gekomen, zodat we van die sleur af waren.

Hoevetoerisme neemt uitbereiding in Vlaanderen

Ondertussen werd in 1973 door de secretaris Dezuttere van Hanegem eveneens een poging gedaan. De stad Tielt bood haar volle medewerking en onder de naam v.z.w. Molenland startten acht hoeves in de omliggende dorpen. We waren een groot jaar goed bezig, toen ik een telefoon kreeg van de heer Annoot.

Dat het tijd was om een bestuur te kiezen. De promotor Guido Van Dorpe nam tot dan toe het voortouw. Kort daarop werden alle leden uitgenodigd op de vakantiehoeve “De Torreele” bij Gerard Lammerant in Wulpen. Mr. Van Dorpe schreef op een groot bord in leraarsstijl de wetten en de regels met uitleg, daarna nam de gastheer het woord met de vraag of er iemand iets tegen had dat hij de voorzitter wilde worden, waarna een dame hetzelfde vroeg voor het ondervoorzitterschap. Daarmee was de kous af. Sindsdien gingen alle vergaderingen door bij de voorzitter die zich er volledig voor inzette. De v.z.w. draaide “comme il faut” maar tot mijn grote verwondering groeide de groep niet zoals verwacht en bleef het bij de ongeveer tien deelnemers. Wat was de reden?

Een prominent politicus van toen zei me: “De boeren zijn er nog niet rijp voor”. Een jonge industrieel uit Zedelgem die een bedrijf startte in Diksmuide, vertelde in een interview op de radio over het koele en afstandelijke karakter in de Westhoek en vergeleek het met het Jansenisme(1).

Mijn vader zaliger, afkomstig uit de Leiestreek waar de mensen veel meer contact hadden met mekaar, voelde het verschil duidelijk aan. Ik denk dat die afstandelijkheid typisch was voor de polderboer. Hij runde een aanzienlijk bedrijf, aan personeel had hij geen gebrek. Gedurende de wiedeen oogsttijd had hij een bende volk aan het werk. Toen was 50 % van de bevolking nog afhankelijk van de landbouw. Handenarbeid was niet aan hem besteed, hij dirigeerde en had aanzien in het dorp, waar hij als burgemeester of schepen en vooral als kerkmeester zijn woordje te zeggen had. Wanneer kooplui het erf binnenreden, moest hij op zijn hoede zijn. Die waren er op uit om zijn koopwaar aan de laagste prijs afhandig te maken. Nu is daar niets meer van te merken, de tijden  veranderen snel. In het noorden van Nederland Groningen aan de Waddenzee, waar prachtige polderhoeven als burchten de weidse koele vlakte versieren, daar bestaat nog een soort Jansenisme. Sicco Mansholt, de architect van het Manholtplan, zwaaide daar op een van die mooie hoeves de plak als Europees landbouwcommissaris.

Wat ook de oorzaak was, met deernis moesten we toegeven dat de interesse verzwakte en zich geen nieuwe uitbaters aanmeldden. Financieel was het ook niet zo denderend. We zijn begonnen met 3.670 fr. voor 2 personen per week ontbijt en avondmaal wanneer de vergoeding voor het secretariaat, het lidgeld en de belasting was afgetrokken, bleek het inkomen reeds afgeroomd. Toen ons contract van vijf jaar teneinde liep, hebben we zelfstandig verder gewerkt. Vooral de vele bemoeienissen zinden ons niet, we waren opnieuw vrij.

De mond-aan-mondreclame deed haar werk, de meeste families boekten opnieuw, een bewijs dat we goed bezig waren. Bij de v.z.w. Molenland verliep het ook niet zoals verwacht, daar werden de uitbaters lastiggevallen door de fiscus zodat er geen vooruitzicht meer was voor de toekomst, in 1977 werd die vereniging opgedoekt. Ook Poldervakantie was geen lang leven beschoren en ging later eveneens te ziele. De Boerenbond die met lede ogen toezag hoe  het inkomen van de boer stelselmatig achteruitliep, niet alleen door lage prijzen maar ook door allerhande plagen, veeziekten en waterellende, besloot een studiedag te organiseren in samenspraak met het ministerie van landbouw, de provincie en Westtoerisme plattelandsontwikkeling met de bedoeling een bijkomend inkomen te creëren door hoevetoerisme met een efficiënte aanpak. De heer Paul Kempynck van het kasteel de Blanckaert in Woumen werd op  pad gestuurd in de Westhoek om de hele regio af te tasten voor dit nieuwe project. In de maand juni 1989 werd een algemene vergadering gepland op het kasteel de Blanckaert.

Hoe het verder verliep, vertel ik in een volgend nummer met enkele memorabele anekdotes die me zijn bijgebleven gedurende 24 jaar hoevetoerisme.

Voetnoten

(1) Jansenisme: Jansenius (1585-1638) hoogleraar aan de universiteit in Leuven
werd bisschop benoemd in Ieper. Door zijn wantrouwen en achterdocht had hij
zijn stempel gedrukt op de hele regio.

Sidebar