Piloten Coppens, De Montigny en Jamar

Reeds van in de 18de eeuw wordt er gewag gemaakt van het gebruik van ballons ter waarneming van de vijandelijke troepenbewegingen en om het vuur van de artillerie te leiden. Het is er dus niet vreemd aan dat tijdens de Eerste Wereldoorlog aan beide kanten van het front ballons worden ingezet. Zo hebben de Belgen – sinds 1887 – een eigen afdeling met observatieballons.

Ook de Duitse troepen zijn goed uitgerust met soortgelijke objecten om de bewegingen van de vijand gade te slaan, vooral sinds de stabilisering van het front in 1915. Het spreekt dan ook vanzelf dat deze luchtreusjes onder het moordende vuur van de vijand komen te liggen. De vliegenier op topniveau, werkelijk ‘l’as des as belges’ hierin, is Willy Coppens. Hij haalt boven Leffinge 5 van dergelijke observatietoestellen naar beneden. Ook de piloten de Montigny en Jamar zetten er elk één overwinning op hun palmares en brengen het totaal boven Leffinge op 7. Willy Coppens behaalt het grootste aantal Belgische luchtoverwinningen tijdens de Eerste Wereldoorlog met een totaal van 37, twee vliegtuigen en 35 luchtballons. In ’t totaal werden door de Belgische Luchtmacht 75 vliegtuigen en 44 luchtballons vernield. Daar Coppens zich ontpopt als een specialist ter zake, wordt hij door de bevolking de ‘zwienebrander’ genoemd.

De Duitse observatie- of waarnemingsballons op Leffinge liggen o.a. langs het kanaal Nieuwpoort-Plassendale ter hoogte van de oude meisjesschool en  klooster op enkele honderden meters van de brug. Deze ballons zijn bij de bevolking beter gekend onder de naam “’t Zwien” of “de zak van de keizer”. Een andere opslagplaats ligt ten noorden van Leffinge op de boerderij van Gerard Michiels (huidig grondgebied Oostende). Bevestigd aan een auto rijdt men ermee tot aan het kruispunt Middelkerke-Wilskerke-Slijpebrug.

Daar wordt de ballon opgelaten. Onder de ballon is een rieten mand bevestigd, bemand door één of twee waarnemers. Ze staan recht achter een  schrijftafeltje en spieden de omgeving af met een veldkijker. Alle troepenbewegingen worden genoteerd en telefonisch overgemaakt naar de begane grond. Bij een vliegtuigaanval wordt de ballon bliksemsnel naar beneden gehaald, zoniet moet(en) de waarnemer(s) zich redden met een parachute.
Het vliegtuig zet de aanval meestal in met de zon in de rug en wordt zodoende heel laat opgemerkt. Na de fatale aanval raast het vliegtuig in een duikvlucht naar beneden om zo te ontsnappen aan de Flak (luchtafweergeschut), die de tijd niet krijgt om hun geschut doeltreffend te richten.

Charles de Montigny

Charles de Montigny werd geboren in Antwerpen op 4 juni 1892. Hij bood zich als vrijwilliger aan op de eerste dagen van augustus 1914 en werd er piloot op 29 mei 1917. Op 30 mei 1918 om 13.15 uur haalt Karel de Montigny een ballon neer boven Leffinge. Zijn eerste overwinning van de twee hem toegekende. Op 15 oktober 1918 haalt hij een vliegtuig neer boven Roeselare, vermoedelijk dat van Flg.Obmt. Schonebaum.
Op 18 juli haalt hij een verloren ballon van onbekende nationaliteit neer boven de Blankaard, op 18 augustus werd een vijandelijk verkenninsgvliegtuig buiten
controle gezet en op 7 oktober een Albatros-vliegtuig wat echter enkel aan Lt.J.Goethals werd toegekend. Als piloot van de 10de escadrille vliegt hij
met een Spad 7.

Adjudant Karel Albrecht de Montigny, werd zwaar gewond bij een hevig luchtgevecht met Duitse Fokkers ten noorden van Roeselare op 15 oktober 1918 tijdens zijn laatste overwinning. Hij overlijdt op 31 oktober 1918 in het hospitaal van Kales (Calais).

Maurice Jamar

Op 10 juli 1918 wordt een tweede kabelballon boven Leffinge neergehaald. Het is 1ste sergeant Maurice Jamar die de ballon in brand schiet vanuit Coppens’  vliegtuig. Het schouwspel wordt gade geslagen door twee Duitse compagnies infanteristen op oefening op het strand tussen Mariakerke en Oostende.

Volgens W.M.Pieters zou de Duitse balonvaarder August Rakonski hierbij gesneuveld zijn, volgens de Duitse lijst der gesneuvelde luchtvaartmanschappen sneuvelde Rakonski wel op deze datum doch in “Bonne Esperance”. Jamar wordt op 10 maart 1918 neergeschoten, zonder erge gevolgen. De ballon te  Leffinge is zijn enige overwinning. Jamar is geboren in Luik op 21 juni 1896, was eveneens vrijwilliger en vloog in het 9de escadrille jagers, volbracht 103  missies en was betrokken in 15 gevechten. Na de oorlog bleef hij in het leger en ging reeds in 1928 op rust. Hij overleed in een vliegtuigcrash in Algerië op 28 januari 1937

Willy Coppens

Willy Coppens, zoon van een kunstschilder, is geboren in Watermaal-Bosvoorde op 6 juli 1892. Bij het uitbreken van de oorlog neemt Coppens dienst bij het  2de Regiment Grenadiers. Pas op 6 september 1915 komt hij als leerlingpiloot bij de luchtmacht terecht. Hij moet eerst met eigen middelen een burgerlijk vliegbrevet halen, waarin hij slaagt op 9 december 1915, vooraleer over te gaan naar de Belgische Luchtmacht. Na verschillende opleidingen belandt hij bij de 6de Escadrille nabij het Groot Hoofdkwartier te Houtem, op een boogscheut van de frontlinie. Coppens levert zijn eerste luchtgevecht op 1 mei 1917 boven  het bos van Houthulst. Hij wordt er aangevallen door vier Duitse jagers en ongewapend kan hij zich uit deze hachelijke situatie redden. In zijn vliegtuig steken tweeëndertig kogelgaten. Op dat ogenblik beschikt de escadrille over 8 Sopwith 11/2 Strutters. We schrijven voorjaar 1917. Op 15 juli van hetzelfde jaar  wordt hij overgeplaatst naar het vliegveld van De Moeren waar hij bij de 1ste escadrille vliegt o.l.v. Fernand Jacquet en samen met andere azen als Olieslagers en Demeulemeester. Op 21 juli 1917 levert hij zijn eerste luchtgevecht maar zonder resultaat. Hij bruist van zelfzekerheid en heeft boven
Brussel, ver achter de vijandelijke linies, een vliegdemonstratie.

Ondertussen vliegt Coppens op een Hanriot HD1 toestel, het toestel bij voorkeur van de Belgische piloten, voor de komst van de Engelse Sopwith Camel. Na  bijna één jaar vliegen zonder overwinning, waarnaar Coppens zo hunkert, haalt hij samen met zijn waarnemer luitenant Gallez op 25 april 1918 een Duitse  jager naar beneden die te pletter stort op Sint-Joris bij Nieuwpoort. Eindelijk wordt zijn doorzetting en … geduld beloond. Zijn tweede en laatste vliegtuig haalt hij neer boven Ploegsteert op 24 juni 1918, toen reeds zijn 10de overwinning. Coppens vindt de geschikte munitie in de Franse brandbommen, voor hem het enige middel om de observatieballons neer te halen. Hij moet het toestel zo dicht mogelijk benaderen, wat echter uitermate gevaarlijk is gezien de
explosiviteit van de ballon. Tijdens een patrouillevlucht boven Zarren op 8 mei 1918 is het dan zover. Wanneer twee kompanen debegeleidende vliegtuigen weglokken, gaat Coppens in de aanval.

Op een haartje na kan hij de ballon ontwijken, terwijl hij hem de volle lading geeft. Enkele uren later haalt hij een tweede ballon uit de lucht en wekt zijn  optreden aanzien bij vriend en vijand. Zijn successen zijn een gevolg van zijn gewaagde aanvalstactiek, waarop hij de Duitse ‘Drachen’ bliksemsnel nadert om ze dan vanop korte afstand te bestoken. En dan komt Coppens weer in actie boven Leffinge, als een gedreven jager op zoek naar de tegenstander. Tijdens het ochtendgloren haalt hij zijn eerste ballon boven Leffinge naar beneden. Op dezelfde dag 10 augustus 1918, haalt hij nog twee ballons uit de lucht, één  te Zarren en één te Waasten, zo mag hij zijn 23ste, 24ste en 25ste overwinning optekenen. In ruim honderd dagen haalt hij 25 toestellen uit de lucht. Nog weet Coppens niet van opgeven. 27 september 1918 wordt voor hem een heroïsche dag. Boven Leffinge schiet hij twee ballonnen neer en brengt zijn
totaal op 31 overwinningen. Een prestatie die niemand hem voorof nadoet.

’s Anderendaags start het grote offensief van het Belgisch leger gesteund door Fransen en Britten o.l.v. koning Albert I. Dit verklaart de grote bedrijvigheid in de lucht. Dit is het eerste grote offensief waaraan ons leger deelneemt. Steeds weer blijft koning Albert verzaken Belgische eenheden onder Franse of Brits
commando te plaatsen en zo vrijwaart hij het Belgische leger van massaslachtingen. Met de eindoverwinning in zicht laat hij zijn troepen uiteraard deelnemen aan de bevrijding van België. Maar nog is de zegeroes van Coppens niet gedaan.

Respectievelijk op 29 september en 3 oktober haalt hij telkens boven Leffinge een ballon uit de lucht. Zo brengen de drie piloten hun eindtotaal op 7  neergehaalde ballons boven Leffinge. Coppens’ 36ste en 37ste overwinning behaalt hij op 14 oktober 1918 boven Torhout. Omstreeks 6 uur ’s morgens haalt hij een ballon neer boven het Praatbos en trekt hij richting Torhout op zoek naar een ballon die de Belgische artillerie observeert. In duikvlucht op 150 meter van de ballon wordt zijn been geraakt door een schrapnel(brand)-kogel. Zijn Hanriot komt in een spinbeweging terecht, die hij ternauwernood terug onder controle krijgt. Hij blijft echter doorvliegen en schiet nog een ballon neer.

Na een moeilijke noodlanding ontvangt hij zijn eerste zorgen in een nabijgelegen veldhospitaal. Voor Coppens eindigt de oorlog als jachtpiloot met de  amputatie van zijn been in het hospitaal van De Panne. Zijn 37ste overwinning in 94 luchtgevechten werd echter pas in de late jaren 30 aan hem toegekend. Na de oorlog werd hij tot baron verheven en de titel “de Houthulst” werd bij zijn naam gevoegd. Hij blijft aan de Belgische luchtmacht verbonden tot 10
mei 1940, als hij naar Zwitserland vlucht. Baron Willy Coppens de Houthulst sterft er op 94-jarige leeftijd.

Verhaal van de neergeschoten ballon in Leffinge

In een brief aan de burgemeester van Oostende van 11 januari 1920 doet Coppens het verhaal over het neerschieten van een ballon boven Leffinge.

De speciale jacht op Duitse ‘ballons captifs’,
waaraan ik in 1918 heb deelgenomen, heeft me geen
gelegenheid gegeven om materiële souvenirs te verzamelen.
De brandende resten vielen ver achter de Duitse linies.
Voor mijn oude dagen en voor mijn kleinkinderen, die
ik misschien zal hebben, kwam in mij het verlangen om
materiële souvenirs te verzamelen, die ik zorgvuldig zal
bewaren.
Van uit de goede stad Oostende, die me aan meer dan
één herinnering uit mijn kinderjaren herinnert, heeft men
wellicht, de aandacht gevestigd op het Duitse artillerievuur
en enige van mijn slachtoffers kunnen zien, vier heel zeker
maar vooral één daar ik het geluk had vier maal de ballon
neer te schieten, die zich ten oosten van Leffinge bevond. De
laatste maal was het op 3 oktober 1918 om 15.20 u.
(zomeruur van de geallieerden). De Duitsers hadden hun
ballons teruggetrokken tot op de hoogte van Oostende, ten
zuiden van het bosje.
Het laatste offensief werd vanaf 28 september
aangevangen en ik wilde voor altijd de observatie van
ballons neutraliseren, nadat ik erin geslaagd was de
observatie te desorganiseren. Het was echter mistig en er
was geen enkele ballon aan de horizon te zien. Ik weet niet
hoe ik tot de gedachte kwam, dat niettegenstaande alles, de
ballon van Leffinge toch in de lucht zou zijn. Ik heb me naar
het bureau van de jachtgroep begeven, vanwaar ik
gewoonlijk de verte observeerde (dat was in de Belgische
Moeren).
Met een goede verrekijker, Duits model, zag ik in de
mist de ballon, die ik zocht, maar die zich een beetje meer in
het noorden bevond.
Ik startte mijn vliegtuig om 15 uur in de Moeren en
met een kleine omweg over zee, slaagde ik erin dicht genoeg
te naderen zonder gesignaleerd te zijn en op hartelijke
manier ontvangen met schrapnels, zoals gewoonlijk. De

ballon was dan niet lager dan 600 meter. Om 15u. 20 schoot
hij in brand ter hoogte van Oostende, ten zuiden van het
bosje, ver achter de Duitse vliegvelden, maar ik moest 14 km
terug naar onze linies. Om de mitrailleuses te vermijden,
alsook het gros van de artillerie, kreeg ik de gedachte om te
‘pikeren’ over Oostende tot juist boven de zee, die ik op 400
meter overvloog, een beetje hoger dan de Eiffeltoren.
Indien ik tijd had gehad, zou ik veel gezien hebben,
maar ik had geen tijd en ik zag alleen het schieten van een
grote mitrailleuse met lichtgevende kogels, die zich ter hoogte
van het koninklijk chalet bevond en een andere gelijkaardige
mitrailleuse, die zich ten oosten van het staketsel bevond.
Ik zag nog kleine zwarte puntjes, die zich verzamelden
op de plaats, waar zich het standbeeld van koning Leopold
bevindt.
Ik wens, mijnheer de burgemeester, dat iemand van de
getuigen daarvan mij als herinnering een verhaal van de
feiten zou toesturen.
Ik heb de kust terug bereikt over Duinkerke en ben
veilig geland met een magnéto-panne, voor de Koninklijke
Villa in De Panne. Deze panne had geen drie minuten eerder
mogen gebeuren.”

We vergelijken enkele andere “azen” met hun aantal overwinningen en hun land van herkomst :

  1. Von Richthofen M. (Red Baron): 80 (Duitsland)
  2. Fonck R.: 75 (Frankrijk)
  3. Mannonck E.: 73 (Groot-Brittannië)
  4. Udet E.: 62 (Duitsland)
  5. Guynemer G.: 53 (Frankrijk)
  6. Coppens W. : 37 (België)

Na de oorlog schreef Coppens enkele boeken, :

  • Feulles Volantes (1927)
  • Becs et plumes (1928)
  • Jours envolés, Mémoires (1932)
  • Un homme volant (1934)
  • Jan Olieslagers (1936)
  • L’homme a conquis le ciel (1936)
  • Hélice en croix (1945)
  • Vue cavalière (1947)
  • Chars à voile (1961)

 

Coppens was voor WOI een regematig geziene gast in Middelkerke en Westende, hij beoefende er de zeilwagensport, waarvan hij een der pioniers was.

Bibliografie :

  • J.M.Barra, Oorlogskroniek Leffinge 1914-18, Heemkring Graningate, 1985
  • B.Deneckere, Luchtoorlog boven West-Vlaanderen, 1914-1918, 1998
  • R.Lampaert, Van pionier tot luchtridder
  • W.M.Pieters, Above Flanders’ Fields, London, 1998
  • Verlustliste der deutschen Luftstreitkräfte im Weltkriege, Berlin 1930
  • F.Gevaert en F.Hubrechtsen, Oostende 14-18, deel I, 1995
  • F.Gevaert en F.Hubrechtsen, Oostende 14-18, deel II, 1996
  • Geschiedenis van het Belgisch Leger, deel 1
  • Centrum voor Historische Documentatie van de Krijgsmacht
  • C. Van Troostenberghe, Willy Coppens schiet te Leffinge in 1918 een
  • kabelballon neer, in Graningate jg.4 nr.16 pp.249.
  • Angelucci Enzo en Matricardi, Praktisch handboek Vliegtuigen, Uitg.
  • Heideland-Orbis NV, Hasselt, 1977 (herkost tekeningen vliegtuigen)
  • De Win Guy, De Belgische Luchtmacht 1914-1918, Historiek en verliezen.
Sidebar