Pater Achiel Boels

Hij werd geboren te Leffinge op 1 september 1894. De jongste van vier zonen. Hij was ongeveer 12 jaar jonger dan zijn broer Hendrik. Broer Jeroom, die we kenden als smid te Leffinge, was zeven jaar ouder dan hij. In een nota die hij zelf schreef onder de titel “Geschiedenis van mijn roeping tot Redemptorist”, vertelt hij dat op de dag van zijn eerste H. Communie op 1 april 1906 (hij was dus bijna 12 jaar zoals toen nog vereist), de gedachte bij hem opkwam om priester te worden.

Hij was vijf jaar toen zijn broer Hendrik bij de redemptoristen intrad… en sindsdien leefde ongetwijfeld steeds in hem het bewustzijn dat hij een broer had “die voor pater-redemptorist aan ’t leren was”. Met de gedachte om priester te worden, trok hij in september 1906 vol moed naar ’t college van Oostende. Maar zie… dat eerste aar (de zevende, voorbereidend op de humaniora) beviel hem zeer slecht. Thuis gekomen vertrouwde hij aan zijn moeder toe
“dat hij graag wilde voor pâtissier leren”. Zijn wijze moeder vond het goed, doch zegde: “ga toch eerst nog maar twee jaar naar school, dan hebt ge nog tijd genoeg om voor pâtissier te leren.” (Hij zelf is het die het vertelt). En zie, de studies liepen verder zonder enige moeilijkheid. Ook heeft het een grote indruk op hem gemaakt toen zijn broer Hendrik in 1907 te Leffinge zijn plechtige Eremis kwam zingen. Een tijdje speelde hij met de gedachte geneesheer te worden.

Opleiding tot priester

Uiteindelijk zegevierde toch het besluit redemptorist te worden waartoe, zoals bij zijn broer, de invloed van de grote missiepredikant pater Bouckaert een sterke stuwing gaf. Hij verliet het college van Oostende en ging voor de laatste twee jaren van zijn humaniorastudies naar het kort voordien uit Sint-Truiden  overgebrachte juvenaat (apostolische school) van de paters redemptoristen te Essen. Het was september 1911. In het verre Canada vernam zijn broer Hendrik met vreugde dat de jongste uit het gezin eveneens redemptorist zou worden. Nooit had hij daartoe enige druk uitgeoefend, maar hij had wel veel ervoor gebeden.

Begin september 1913 gaat Achiel zijn noviciaat doen te Sint-Truiden. In september 1914 zou de kloosterlijke professie plaats moeten hebben, maar de maand voordien is de eerste wereldoorlog uitgebroken, en wegens correspondentiemoeilijkheden brengt dat enige vertraging mee. Ondertussen vertrekken de fraters al maar naar Essen, waarheen ook het studiehuis (voorheen te Beauplateau) overgebracht is. De professie volgt op 1 november.

Tijdens het verblijf van Achiel te Essen overlijdt te Leffinge vader Boels (die 16 jaar ouder is dan zijn echtgenote) op 20 april 1916. Hij is 76 jaar oud. Achiel die te Essen “achter de draad” woont (waardoor de Duitse bezetter Essen van de rest van België afgesloten had) kan onmogelijk naar Leffinge komen. Hendrik is in Canada en Jeroom is “te velde”. Het moet voor moeder Boels wel heel zwaar geweest zijn.

Op 11 november 1918 is het wapenstilstand en de redemptoristen treffen schikkingen om het studentaat terug naar Beauplateau over te brengen. Voor het echter zover is komt in de maand december het tragische nieuws van het overlijden van Hendrik, ginder ver in de prairies van Saskatchewan. Hij was amper 36 jaar.

Op 28 december 1918 komen frater A. Boels en zijn medestudenten aan te Beauplateau in de Ardennen, waar ze hun studies voortzetten. De priesterwijding heeft plaats te Luik op 28 december 1919. Daarna volgt nog één jaar studie te Beauplateau.

Naar de Oekraïners van Galicië.

Midden 1920 gaat pater Van de Steene, provinciaal van de redemptoristen, op canonisch bezoek bij zijn missionarissen van Canada. Hij bezoekt het graf van pater Hendrik Boels te Hubbard. Hij hoort er van de bewoners niets dan lof over hun vereerde en nog steeds betreurde missionaris.

Wanneer ze vernemen dat hij nog een jongere broer redemptorist heeft, vragen ze met aandrang of die niet wil komen om er het werk van zijn gestorven broer voort te zetten. Prompt verneemt pater Achiel dat hij benoemd wordt voor Galicië, maar wel met als verdere bestemming Canada. Voor het aanleren van taal en ritus zou hij de nodige tijd gaan doorbrengen te Zboiska, waar zijn confraters sinds een jaar een vaste stichting hebben. Na een kort verblijf te  Leffinge bij moeder en familie, reist hij af op 27 september 1920. De pionier van de Oekraïense missie in Galicië is pater Jozef Schrijvers…. en die weet te bekomen dat pater Achiel vast verbonden zal blijven aan de Oost-Galicische zending. Hij zal inderdaad nooit in Canada komen, maar, hoewel hij heel zijn leven ten dienste zal stellen van de Oekraïners, zal het ook niet blijvend in hun oud moederland zijn. Daarover zal de Poolse overheid het laatste beslissende woord spreken!

De arbeid in de “moeilijke missie”

In de levensschets van pater Hendrik Boels werd voldoende uitgeweid over land en volk, godsdienst en ritus in het West-Oekraïens gebied, en hoezeer aldaar de zending inderdaad een “moeilijke missie” is. De tijd die pater Achiel er als zendeling doorbracht, bestrijkt ongeveer heel de periode die we bij ons het “interbellum” noemen, de tijd tussen de twee wereldoorlogen. Bij zijn aankomst te Zboiska op 20 oktober 1920 vindt pater Boels er een land dat net nog maar aan het einde komt van bloedige gewapende conflicten. (Na de wapenstilstand bij ons had men ginder nog een Pools- Rutheense en een Pools- Russische oorlog.) Een land dat verwoest is en een volk dat geteisterd wordt door zwarte armoede, doffe ellende, repressie en verdrukking. Meer dan ooit voelen de Oekraïners van Oost-Galicië (de Ruthenen) zich echt maar pas volwaardig Oekraïner, wanneer ze in hun kerken de Eucharistie en de andere  sacramenten kunnen vieren in hun eigen Grieks-Byzantijnse ritus en bidden voor hun dierbare iconen. Die verbeten verdeeldheid tussen de Latijnskatholieke
Polen en de Grieks-katholieke Oekraïners blijft voor onze paters, die toch helemaal buiten en boven de nationale politiek staan, een blijvende struikelblok en  een zeer vervelende hinderpaal bij hun apostolisch werk. Hoe ze ook te werk gaan, steeds dreigt het gevaar dat zij of bij de ene of bij de andere  bevolkingsgroep verdacht worden van politieke drijfveren.

“Hier ben ik, zend mij”

Tot elke dienst bereid gaat pater Boels overal waar de oversten hem zenden. In de zomer van 1922 wordt hij gestuurd naar Stanislawiw, ongeveer 140 km  ten zuiden van Lwiw. Begin 1920 was daar begonnen met een tweede nederzetting. Hij beheerst nog niet voldoende de moeilijke Oekraïense taal om te preken, maar biecht horen gaat wel… en van heinde en ver komen de mensen biechten bij de paters.

In november 1923 volgt een derde nederzetting te Holosko (op 2 km van Zboiska). Reeds op 10 december wordt onze pater erheen gestuurd, en daar ligt  de start van het volle apostolische leven. Een eerste maal preekt hij op 6 januari 1924, de vooravond van het Oekraïens kerstfeest. Ook zijn de  redemptoristen reeds begonnen met hun specifiek Alfonsiaans apostolaat, het preken van “volksmissies”. Het is een vorm van apostolaat die ginder onbekend is en er onmiddellijk een ongehoorde bijval kent… ook al omdat het gepaard gaat met publieke religieuze manifestaties zoals predikatie in open lucht (wegens de enorme volkstoeloop), processies met planting van het missiekruis. Het streelt ook niet weinig het nationale gevoel van het geminoriseerde volk, daar alles  in de eigen Oekraïense taal en de eigen Rutheense ritus gebeurt.

Voor pater Boels komt de eerste Missie eraan in maart 1924, de tweede reeds in april… en dan moet hij onmiddellijk naar Zboiska om er de retraite te preken voor de studenten van het juvenaat dat er ook al bestaat. En zo gaat het door.

In de zomer van 1925 mag hij, na 5 jaar afwezigheid, een stukje vakantie gaan doorbrengen in het moederland bij moeder en broers. Op 19 augustus van dit  jaar is hij terug in Holosko waar hij nog een jaar verblijft. Op 6 februari 1927 wordt hij verplaatst naar Zboiska.

Leraar, opvoeder en predikant

In het huis van Zboiska werd een juvenaat opgericht voor de Oekraïense jeugd en ook het broedernoviciaat. De redemptoristen kijken naar de toekomst, en die jongeren zijn de toekomst voor hun volksgenoten in eigen land en in den vreemde. Pater Boels heeft er een lesrooster van 16 uur per week maar daarbij is hij een zeer ijverig predikant, biechtvader en conferencier, vooral in kloostercommuniteiten. In de eigen kerk heeft hij ook de leiding van de  “Aartsbroederschap van O.L.Vrouw van altijddurende Bijstand”, een apostolaat dat bij uitstek eigen is aan de redemptoristencongregatie, en waaraan hij altijd een bijzondere ijver zal besteden. Midden 1928 wordt hij benoemd tot magister van de novicen-clerici te Holosko. Een eigen noviciaat voor volkseigen redemptoristen begonnen de paters reeds vanaf het begin van hun verblijf in Galicië en hun ijver zal vruchtbaar zijn. Reeds in april 1914 was de eerste  kandidaat ingetreden, maar de echte opbloei zal pas kunnen beginnen na de Eerste Wereldoorlog.

Het was in de maand november dat pater Boels het offer moest brengen dat van zovele missionarissen wordt gevraagd: het afsterven van dierbaren zonder  dat men bij ziekte, dood of begrafenis aanwezig kan zijn. Zijn moeder sterft te Oostende (waar ze sinds het overlijden van haar echtgenoot haar intrek had  genomen bij zoon August) op 22 november 1928.

In het jaar 1930 is pater Achiel dringend aan een rustkuur toe. Begin september komt hij naar België. Op 16 december is hij terug in Galicië. Speciaal meldenswaardig is wel dat onder de novicen die zich aanboden in augustus 1932, en dus onder de leiding van pater Boels kwamen te staan, er zich een zekere Maksim Hermaniuk bevond, die later het magistraat in de theologie bekwam aan onze Leuvense universiteit, en in 1956 aartsbisschop en metropoliet zou worden van de Oekraïeners in Canada.

Opnieuw missiepredikant

Midden 1933 krijgt onze pater een nieuwe benoeming: terug naar het klooster van Stanislawiw, dat bij uitstek hét missionarishuis is. Er volgt een hele reeks missiepredikaties. Het is een slopend werk wegens de enorme volkstoeloop, de veelvuldige en lange sermoenen en het urenlange biechthoren. In december 1937 wordt hij ook nog rector (overste) van het huis, en voor het volgend jaar (1938) hangt een grote gebeurtenis in de lucht, die echter voor pater Boels
catastrofische gevolgen zal krijgen.

Van 1015 tot 1054 heerste over het toenmalige koninkrijk Oekraïne (hoofdstad Kiev) Jaroslaw de Wijze. In 1038 riep hij O.L.Vrouw uit tot “Koningin van  Oekraïne”. In die tijd had het schisma het Oosten nog niet afgescheurd van het Westen, hoewel dit niet meer ver af was. Het jaar 1938 zou dus het negende eeuwfeest meebrengen van die zo grote gebeurtenis in de godsdienstige geschiedenis van Oekraïne, en het lag voor de hand dat de geünieerde Galicische Oekraïeners het zouden vieren. Even duidelijk was, dat de Poolse overheid die viering zou aanzien als een gevaarlijk Oekraïens politiek manoeuvre.

Er was evenwel nog meer. Net ook in 1938 komen de plannen klaar voor het bouwen van een kerk te Stanislawiw ter vervanging van de veel te klein  geworden kapel van de paters. Een kerk van de Byzantijnse ritus! En de rector, pater Boels, zal ze toewijden aan de Lieve Vrouw van altijddurende
Bijstand voor wie hij reeds zo lang een vurige ijveraar is. Hij laat een propagandakaart drukken waarop een maquette van de ontworpen kerk en het  onderschrift: “Project van de kerk van O.LVrouw van altijddurende Bijstand bij het klooster van de Paters Redemptoristen te Stanislawiw. – Jubelgedenkteken
van de Afkondiging der Moeder Gods als Koningin van Oekraïne. – 1037-1937”. Het was voldoende om pater Boels door de Poolse heersers te doen  brandmerken als een Oekraïens-nationalistisch agitator!

De aanvraag tot bouwvergunning wordt door de Poolse overheid op 22 september 1938 categoriek geweigerd. De plaatselijke bisschop komt bemiddelend tussenbeide. Er wordt wat op en neer gepalaverd… maar ondertussen komt de datum in zicht waarop de verblijfsvergunning van onze pater gaat vervallen, nl. 5 december 1938.

Weg met hem

Pater Boels dient zijn paspoort in bij de politie met de vraag tot verlenging van zijn visum. Er volgt een lange, pijnlijke en spannende tijd van dramatische  onderhandelingen. Volgen we aandachtig de opeenvolging van de data. Het paspoort van pater Boels komt terug op 12 december 1938 zonder visum voor verlenging. Meer nog, er komt meteen een officieel schrijven met het “vriendelijk verzoek” het land voor 20 december te verlaten. Een uitwijzing dus. Een  tussenkomst van de bisschop blijft zonder resultaat.

Op 15 december raadt de pauselijke nuntius de pater aan zijn geval bij de Belgische ambassadeur te Warschau te gaan voorleggen. De tijd dringt. Hij neemt de nachttrein en komt in de morgen van 16 december te Warschau aan. Hij wordt onmiddellijk ontvangen door de ambassadeur de heer Paternotte de la
Vaillée, die aanvankelijk niet goed weet hoe tussenbeide te komen. Pater Boels geeft hem een tip. De nuntius heeft verklaard dat, mocht een Italiaan (in  gelijkaardige omstandigheden) buitengezet worden, Italië cito tien Polen zou uitwijzen. Het procédé wordt beproefd. De ambassadeur belt naar de

Belgische minister van buitenlandse zaken, dhr. Spaak, vragend of hij aan het Poolse gouvernement mag laten weten dat, indien pater Boels uitgewezen  wordt, België twee Poolse priesters en twee Poolse leraars de deur zal wijzen. Pater Boels reist terug naar Stanislawiw met de verzekering dat tegen  nieuwjaar alles in orde komt en met (op zijn aanvraag) een officieel document met bevel dat hij in de tussentijd niet gehinderd mag worden. Op 28 december krijgt hij zijn paspoort met visum voor verlenging… doch enkel tot 5 februari 1939. Vóór die datum moet hij Polen verlaten hebben. De pater richt  zich weerom, dit maal per brief, naar de Belgische ambassadeur.

Die zal nogmaals stappen aanwenden. Er komt op 19 januari inderdaad een schrijven met de mededeling, dat het bevel tot uitwijzing dat 5 februari als term  stelt, wordt ingetrokken, maar een definitief visum is er nog niet… en ondertussen wordt alles nog ingewikkelder, want Rome wordt in de affaire betrokken!
Hoe dat kwam? De Belgische premier en minister van buitenlandse betrekkingen, dhr. P.H. Spaak, had de Belgische ambassadeur bij de H. Stoel opdracht gegeven zijn Poolse ambtsgenoot erop attent te maken, dat België wenste dat de Belgische paters in Oost-Galicië met rust gelaten werden.

Na zijn vraag om inlichtingen bij de Poolse autoriteiten krijgt de ambassadeur als antwoord dat het Poolse gouvernement daartoe bereid is, op voorwaarde dat die paters berispt worden en vermaand niet meer aan politiek te doen. Te Rome rolt nu de steeds maar aanzwellende sneeuwbal door tot bij Kardinaal  Tisserand (Congregatie voor de Oosterse Kerk). Die gelast Pater De Vocht (viceprovinciaal voor de Belgische redemptoristen in Galicië) aan alle huizen een  bezoek te brengen en iedereen persoonlijk aan te manen zich in Polen buiten alle politiek te houden. Dat gebeurt, hoewel Pater De Vocht wel beter weet wat er ter plaatse aan de hand is. Alle ingewijden begrijpen maar al te goed dat het pater Boels erg kwalijk wordt genomen dat hij de bouw van zijn kerk van Oosterse ritus vastkoppelde aan de eeuwfeestviering van O.L.Vrouw Koningin van Oekraïne. Hij wakkert dus (in de ogen van de Poolse overheid) het  Oekraïense nationalisme aan en bezondigt zich meteen op grove wijze aan politiek!

Maar 5 februari nadert. Onze pater dient dus weerom zijn pas in bij de politie-overste met aanvraag voor verlenging. Even na 5 februari komt de pas terug  met verlenging tot 5 mei 1939. Zonder uitwijzingsbevel! Is er hoop? Denk er maar niet aan. Het is een manoeuvre om ondertussen te ageren te Rome. Het  fatale bevel komt op 10 maart…. en enkele dagen later komt nog iets anders. Pater De Vocht komt nl. Op 14 maart naar Stanislawiw met de melding dat de  generale overste van de redemptoristencongregatie te Rome een “verzoek ” ontving van Kard. Tisserand, en dat hij ingevolge daarvan verlangt dat pater  Boels, om verdere moeilijkheden te vermijden, Polen vóór de gestelde eindterm voorgoed zou verlaten.

Verbannen uit zijn dierbaar Oekraïne komt pater Boels te Brussel toe op 23 maart 1939. In een briefje dat hij enkele dagen later ontving van Pater Schrijvers  (eertijds zijn overste in Galicië, nu lid van het centrale bestuur van de Congregatie te Rome) kan hij lezen dat al het mogelijke werd gedaan voor zijn  verdediging, doch zonder resultaat, en: “Wie is nochtans zo onschuldig als gij? Het zijn belachelijke beweegredenen die men opgeeft, en de eigenlijke reden  zal wel zijn dat ge te veel hield van de Ruthenen, en het ook hebt gezegd”. Nu de Polen erin geslaagd zijn pater Boels eruit te werken doen ze ook een  grootmoedige geste: een maand later wordt de vergunning tot de bouw van de kerk te Stanislawiw verleend. Een zestal maanden later zullen, op twee na,  ook de andere confraters van de pater eruit vliegen, doch ditmaal door de Russen die bij het begin van de Tweede Wereldoorlog Polen binnenvallen en  daarbij dus van bij de aanvang reeds West-Oekraïne “bevrijden”. Spoedig zal men er ondervinden dat het Sovjet-paradijs een gruwelijke hel is met vreselijke folteringen voor de twee Belgische paters die er blijven, en vooral voor de 30 Oekraïense paters en 15 broeders. Onze
pater kent ze allemaal persoonlijk en volgt met spanning alle berichten die men over hun lot op kan vangen.

Missionaris in eigen land

Aan de diep getroffen pater Boels worden enkele maanden gegund om te bekomen van de spanningen. Nadat de oversten voor hem het voorrecht van het  “biritualisme” hebben bekomen, kan hij dus de liturgie vieren én in de Latijnse én in de Oosterse ritus. Het opent voor hem de poort naar allerhande vormen  van apostolaat. Tot kort na de oorlog vervult hij allerhande functies, tot in 1945 de wending komt die de volgende 30 jaar van zijn leven weer helemaal in  dienst plaatst van zijn dierbare Oekraïners.

Reeds na de eerste wereldoorlog waren tal van Oekraïners uitgeweken naar West-Europa. Het was een gevolg van de Pools-Rutheense oorlog en van de onnoemlijke ellende in hun land. We treffen ze o.m. aan bij ons, in Frankrijk, in Engeland. Politieke vluchtelingen, studenten die een volwaardige opleiding  zoeken, arbeiders. Vele zijn van Grieks- Katholieke ritus. Reeds in die tijd, voor de tweede wereldbrand, hadden redemptoristen, oudgedienden van de Galicische missie, de zielzorg bij hen behartigd in binnen- en buitenland. Na de Duitse nederlaag in 1945 volgt een nieuwe grote volksverhuizing. Duitsland had  uit alle door hen bezette gebieden, vooral uit Oost—Europa, talrijke arbeidskrachten verplicht tewerkgesteld in zijn wapenfabrieken en andere industrietakken. Bij de bevrijding kunnen of willen vele Oekraïners niet terug naar hun vaderland dat nu deel uitmaakt van Sovjet—Rusland. Grenswijzigingen  in het Oosten drijven ook velen naar het Westen. Het probleem van de “verplaatste personen”! Het aantal van de Oekraïners in ons land wordt in 1946 reeds geraamd op 6000. Mgr. Buczco, vroeger hulpbisschop te Lwiw, wordt benoemd tot Apostolisch Visitator voor alle Oekraïners in West-Europa. Alle veteranen van deOost-Galicische missie worden gemobiliseerd, ook pater Boels dus. Hij is gedurende enkele jaren redactiesecretaris van een godsdienstig tijdschrift dat wordt gesticht voor alle groepen Oekraïners die verblijven in ons land, vooral in de mijnstreek van Limburg, Luik en Borinage.

Rusteloze zwoeger in binnen- en buitenland

Met het klooster van Namen als basis is pater Boels als “katholiek priester van de Byzantijnse ritus” werkzaam te Namen, Moustier, Tamines, Chatelet en  Charleroi. Liturgischevieringen, dopen, vormen, huwelijken inzegenen en vaak ook bekeerlingen opnemen in de katholieke kerk.

Maar zie… overal wordt hulp gevraagd. In Groot-Brittannië verblijven ongeveer 40.000 Oekraïners verspreid over 250 lokaliteiten met amper een tiental priesters voor de zielzorg. Ze hebben dringend nood aan een soort geestelijke opknapbeurt. Retraites of volksmissies – in ’t klein gepreekt door vreemde  predikanten. Samen met een andere confrater steekt pater Boels het kanaal over en preekt in de centrale posten van Nottingham, Lester, Ruhby en Wolverhampton. Dat was in het voorjaar van 1952. In februari 1953 gaat hij drie soortgelijke retraites preken in Frankrijk: Rijsel, Roubaix en Ribecour. Een  maand later een retraite te Parijs voor de Oekraïense priesters werkzaam in en rond de Franse hoofdstad. En bij dat alles natuurlijk het gewone werk hier op  het thuisfront.

Verandering van uitvalsbasis in 1954

De pater diewerkzaam is in de mijnstreek van de Borinage is gestorven. Aan onze pater wordt gevraagd of hij bereid is die moeilijke post over te nemen.  Natuurlijk is hij bereid. Begin september’54 is hij verhuisd naar Bergen, van waaruit hij heel de streek van de Borinage gaat doorkruisen met als middelpunt  Wasmes, waar ruim 350 Oekraïners leven met hun gezin. Het zal zijn werkcentrum blijven voor al de komende jaren. Zijn parochianen wonen op de “Cité  Marcasse” waar een kapel-barak staat en een “home”. Het werk neemt zulkdanige uitbreiding dat hem begin 1958 toegestaan wordt om op zon- en  feestdagen op drie verschillende plaatsen de H. Eucharistie te vieren.

Voorwaar geen sinecure in de Griekse ritus! Verandering van decor in october 1958. Pater Boels krijgt als kloosterlijke thuisbasis Leuven, maar met behoud van zijn werk te Hornu-Wasmes en erbij de geestelijke zorg voor de Oekraïense studenten die te Leuven aan de universiteit studeren. Grondige verandering is dit  niet. Enkel moet hij nu in plaats van uit Bergen van uit Leuven pendelen.

Sluiting van de mijnen

Voor de mensen en het apostolaat van Pater Boels betekent die een ramp. Wasmes komt aan de beurt einde 1960. Alles wat eigendom is van de mijn zal worden verkocht en afgebroken, ook de “Cité de Marcasse” met de kapel en het home. De enige oplossing is: grond kopen en zelf bouwen. De pater wordt  dus nog eens bouwpastoor. De opdracht is niet zo delicaat en ingewikkeld als destijds te Stanislawiw… maar toch meer dan moeilijk genoeg. Het grote  probleem is: voldoende geldmiddelen te vinden. Hij gaat onder meer een bedelsermoen houden op zijn geboortedorp Leffinge op Half- Oogst en stapt op in  de Lieve Vrouw-processie in Oosters ornaat. Hij richt zich tot het grote publiek in een “open brief”.

Hij krijgt het project voor mekaar… Het krijgt gestalte in de wijk “Petit-Wasmes”, even voorbij Bergen en Quaregnon. Een eenvoudige kapel en een “home”.  Alles komt klaar begin 1965. Aan de parochiezaal wordt ook een woning gebouwd voor een huisbewaarder, en ook de pater neemt er zijn intrek, zodat hij nu helemaal te midden van zijn mensen kan blijven wonen.

“Heer, houd mij in Uw dienst tot het einde”

In 1964 wordt de vijftigste verjaardag gevierd van zijn kloosterlijke professie. Het betekent nog lang niet het einde van zijn apostolische loopbaan. Te Castel-Gandolfo bij Rome is er een klooster van Paters Studieten en Zusters Basilianessen van de Oosterse ritus. Begin augustus 1969 wordt hij gevraagd om er een retraite te leiden voor de zusters.

Het jaar daarna echter moet hij weerom het vliegtuig nemen naar Rome, ditmaal worden het zelfs twee retraites: van 23 tot 30 maart 1970 voor de paters Studieten en van 31 maart tot 7 april voor de zusters Basilianessen. Ze laten hem bovendien nog niet gaan voor hij beloofd heeft volgend jaar terug te keren voor een derde retraite. Hij zal 75 jaar oud zijn.

Tussendoor heeft de onvermoeibare man ook nog het gouden jubileum van zijn priesterschap gevierd. Op 30 december 1969 op sobere wijze onder  confraters en met Byzantijnse luister te Wasmes op 2 mei 1970, in de paasweek, de tijd waarin de Oosterse Christenheid met groot en blij geloof het  “Christos Voskress” uitjubelt, “Christus is verrezen!”.

Ook de familie uit Leffinge was er aanwezig. Na tweemaal goud komt er op 1 november 1974 nog het diamant bij van zijn kloosterlijke professie. Het is bij die gelegenheid dat hij op het gedachtenisprentje de indrukwekkende woorden laat drukken: “Heer, houd mij in Uw dienst tot het einde”. Hij staat inderdaad nog steeds in volle apostolische activiteit, al wordt het hem stilaan heel zwaar. Hij was 80 jaar geworden!

Het is volbracht

Vanaf ongeveer begin 1975 valt het op dat pater Achiel al eens vaker enkele dagen komt doorbrengen in het klooster van Leuven. Hij moet even adem  halen voor het werk van het volgend week-end begint. Op zaterdag 25 januari ’75 had hij zich onwel gevoeld, doch in de namiddag vertrok hij resoluut van Leuven naar Petit-Wasmes. De woensdag daarna moest hij er afgehaald worden, want hij was zwaar ziek. Op 1 februari vond de arts het nodig hem over te  brengen naar het ziekenhuis te Leuven. De H. Mis die hij op de morgen van die dag nog had opgedragen zou de laatste zijn. Er treedt een tijdelijke beterschap in. Op 22 februari wordt hij overgebracht naar het klooster van Gent, dat een degelijke ziekenafdeling heeft. Het schijnt vrij goed te gaan… maar  dit is inderdaad slechts schijn. Op 23 maart wordt zijn toestand zo kritiek dat hij haastig wordt overgebracht naar de St.-Vincentiuskliniek. Op 27 maart (1975)  wordt hij uit de ziekenkamer gehaald voor een zoveelste onderzoek. Het is Witte Donderdag. De zieke is reeds in paasstemming. In de namiddag  neuriede hij nog een Oekraïens paaslied. “Christos voskresse”. In volle luciditeit praat hij met de verplegers. Tijdens het doktersonderzoek begeeft zijn hart. Ook zijn vader was gestorven op een Witte Donderdag.

De uitvaart had plaats te Leuven op 2 april (1975). Benevens een grote menigte waren Oekraïners uit Wasmes, Charleroi en Luik talrijk aanwezig. Een  hoopvolle verwachting die pater Boels heel zijn leven bleef koesteren was: ooit eens te kunnen terugkeren naar Galicisch Oekraïne. In een uitvoerig schrijven dat ik van hem mocht ontvangen op 15 februari 1942 (sinds drie jaar was hij door Polen uitgewezen) zegt hij op ’t einde van zijn brief: “Nog hoop ik  eerstdaags daar terug te kunnen gaan als missionaris voor dat arm verlaten Oekraïense volk. Een volk van 45.000.000 zielen. Een volk verdeeld en  uitgestroopt door Rusland, Polen, Roemenië en Hongarije… “Als Leffingenaar hoop ik op uw kostbare gebeden.” Als een visionair meende hij zelfs te zien dat ooit de poorten van het grote Rusland voor zijn onblusbare missieijver open zouden gaan. De grote toekomstdroom zag hij nooit in vervulling gaan, maar hij smaakte wel de vreugde tot het einde in toegewijde dienst te kunnen blijven bij zijn beminde Oekraïners, ontheemden in een vreemd land zoals hij zelf zich

Sidebar