1926 nachtelijke verlichting in Leffinge

Voor de verlichting met elektriciteit te lande algemeen was, stak men bij valavond de lantaarns aan zodat er toch een minimum aan verlichting was in de straten van het dorp. Als je verder leest waar er allemaal een lantaarn aan de muur gevestigd was, dan kun je je niet van de indruk ontdoen dat het toch maar een duister geval was: je had al bij al veel geluk als het een heldere hemel was zodat je je kon verhelpen met de schijn van de maan.

 

Elke dag opnieuw ging de aangestelde wachter rond om de lantaarns te doen branden en elke morgen opnieuw ging hij rond, ditmaal uiteraard om de lantaarns te doven. Voor 1926 kreeg de aangestelde, Charles Billigh, per lantaarn en per maand 1,5 fr. voor zijn werk. Hij moest wel zelf instaan voor de aankoop van de nodige petrol. In 1926 ging de prijs van de petrol echter pijlsnel de hoogte in, Charles zag het niet meer zitten om zoveel geld uit te geven voor de brandstof en hij vroeg en kreeg opslag onder het motto: “Wie nietent vraagt en krijgt niets!”

Ter staving van zijn vraag tot opslag stipte hij nauwkeurig aan waar er petrollantaarns stonden te Leffinge. Vanaf nu kreeg hij voor zijn werk aan de lantaarns:

  • aan Leffingebrug: 5,5 fr.,
  • aan de kaai: 3,5 fr.,
  • aan de Rol (?): 3,5 fr.,
  • aan het huis van Charles Billigh, zijn eigen woonst dus: 3,5 fr.,
  • aan de Papegaaistraat: 3,5 fr.,
  • aan de kerkdeur: 3,5 fr.,
  • aan de kinders Pruvost: 3,5 fr.,
  • aan de onderpastorij: 3,5 fr.,
  • aan Pieter Pruvost: 3,5 fr.

Er stond ook nog een lantaarn in de Groenhage. Daar trok Billigh zich niets van aan: Charel Portier bediende die en ook hij kreeg 3,5 fr. per maand voor zijn werk. Een kleine opmerking: langs de Zevekotestraat, langs de Fleriskotstraat, langs de Wilskerkestraat en nog vele andere, zal het ’s nachts wel een donkere bedoening geweest zijn. Het was dan ook een vertrouwd gesprek als je hoorde dat de een of andere in beschonken toestand van de straat gesukkeld was.

Als ik denk aan de vroege jaren 50 wanneer ik mijn grootouders bezocht aan de Papegaaistraat 26 (nu Miriam Maes), dan kan ik mij herinneren dat er een klein lichtje heel hoog brandde voor het huis waar Emmerence Claeys, mijn groottante, woonde aan de Papegaaistraat 22 (nu Cyriel Kimpe).

Wanneer we dan aan de hoek van de straat kwamen, was er ook een en ook een op de hoek van de Groenhagestraat waar we in het licht van de straat op de bus naar Oostende stonden te wachten rond half negen. Een beeld dat ik nooit vergeet. Wat was het gezellig te luisteren naar het gebabbel van de grote mensen, gezellig keuvelend in het portaal van het grote gemeentehuis met rechts in het portaal de immens grote vergaderzaal in mijn kinderogen.

Sidebar