1903 Pokkenepidemie in Middelkerke

Bij de aanvang van elke winter komt een nieuwe variante van de griep Europa voorbij. Een verwittigd man is er twee waard en de medische wereld is steeds een stapje voor. Een grootse campagne voor inenting zorgt ervoor dat slechts voor een zeer klein aantal mensen de ziekte fataal afloopt. Vroeger was dit anders. Grote epidemieën konden grote bevolkingsgroepen sterk uitdunnen. Tyfus en cholera waren de grote gevreesde ziekten. In 1866 werd onze provincie geteisterd door een golf van Aziatische cholera. Eén derde van de getroffenen overleefde de ziekte niet.

Ook de pokken waren een gevreesde aandoening. Gedurende heel de 19de eeuw en zelfs nog in het begin van de 20ste eeuw kwamen de pokken geregeld in onze streken voor, hoewel de inenting reeds op het einde van de 18de eeuw was ontdekt en er Provinciale reglementen waren uitgevaardigd.

Pokken in Middelkerke

Jaarlijks werden enkele honderden gevallen van pokken in West-Vlaanderen gemeld zo onder meer in 1889 te Oostende. De laatste eigenlijke epidemieën kwamen voor in het begin van de 20ste eeuw, meer bepaald met 143 sterfgevallen in 1902, 111 sterfgevallen in 1903 en 191 sterfgevallen in 1904.
Ook in die jaren was het niet veilig in Middelkerke. Op 26 augustus 1903 overleed Elisabeth(1), een tweede kind van het gezin Raymond Vandewalle in het drankhuis “In Flore” te Raversijde. Het eerste kind Henricus was nog geen maand voordien te betreuren en klaarblijkelijk had de ontsmetting niet geholpen. In de maand daarop zijn veel pokzieken. Het burgerlijk hospitaal weigerde getroffenen op te nemen. Het Hospice Roger de Grimberge, dat gelegen was op de Zeedijk, was een hospitaal voor zwakke kinderen met beenderziekten.

Het beschikte wel over een operatiekwartier, sterilisatieruimten, doch het opnemen van zieken zou gevaar opleveren voor de kinderen. De gemeente koopt het huis Vandewalle aan en 4 zieken worden er gebracht om verzorgd te worden.De verzorging zal gebeuren door dokter Robert Tison alsook door twee zusters van
Liefde van Kortemark. Verder waren eer nog drie mensen die in het Hospice werkzaam zijn die zich ingezet hebben voor de ontsmetting van het huis en beddegoed.
De zes mensen werden voor het verzorgen van de zieken en het ontsmetten geprezen voor hun “daad van opoffering” :

  • Robert Tison (° Sint-Pieters-Jette 16 augustus 1875) hulpdokter
    in het Hospice,
  • Romanie Beel (zuster Christina,° Marke 26 maart 1879) die in
    Nieuwpoort woonde
  • Sibillina Alleman (zuster Perpetua, ° Zwevezele 27 juni 1873)
    die woonde in het klooster in Kortemark.
  • Sylvaan Declercq (°Wauthier-Braine 10 maart 1852) huisbewaarder
    in het Hospice,
  • Elisabeth Gemoets (°Brussel 5 augustus 1865) huisbezorgster
    Marie-Thérèse Vanhecke (°Brugge 12 december 1856) linnennaaister.

Alle zes werden ze geloofd voor hun :

“ zelfverloochening bij het bezorgen der
zieken, het ontpesten van het huis Raimond
Vandewalle nummer 40 Walraversyde in hetwelk
niemand durfde binnengaan, alsook in het ontsmetten
van den inboedel van dit huis de bedgoederen en
het linnen der zieken”. Verder vermeldt het proces
verbaal “…Er dient ook gezegd te wezen dat het
reeds de derde maal is in den loop van een twintigtal
jaren dat in genoemd huis besmettelijke ziekten
pokken en tyfhus ontstaan”.

Het zekere wordt voor het onzekere genomen en er wordt beslist dat het huis moet worden afgebroken en alle goederen verbrand.

Voetnoten

(1) Elisabeth Maria Vandewalle was, geboren te Middelkerke op 28 september
1881.
(2) Henricus Camillus Vandewalle, geboren te Middelkerke op 26 juni 1886
en er overleden op 5 augustus 1903.

Bron :

GAM doos 589 Besmettelijke ziekten 1813
Nota’s genomen door wijlen mijn vader Carlo Van Troostenberghe

Sidebar