1853 De eerste telegraafkabel naar België

We lezen voor “Graningate” in “THE ILLUSTRATED LONDON NEWS”(1) van 14 mei 1853 hoe de gewaagde onderneming, met een onderzeese telegrafische kabel Groot-Brittannië met het Europese vasteland verbindt vanaf “St.Margaret’s, South Foreland” (5 km ten noorden van Dover) tot ons eigen Middelkerke, succesvol voltooid werd op 6 mei 1853 om twintig minuten voor 13 uur. We brengen u het geïllustreerde verhaal zoals we het lezen in “The Illustrated”, aangevuld met gegevens uit internet. Het is geen letterlijke vertaling, we hebben ons beperkt tot het verhaal en hebben vermeden zoveel mogelijk alle betrokken personen te vernoemen.

We lezen voor “Graningate” in “THE ILLUSTRATED LONDON NEWS”(1) van 14 mei 1853 hoe de gewaagde onderneming, met een onderzeese telegrafische kabel Groot-Brittannië met het Europese vasteland verbindt vanaf “St.Margaret’s, South Foreland” (5 km ten noorden van Dover) tot ons eigen Middelkerke, succesvol voltooid werd op 6 mei 1853 om twintig minuten voor 13 uur.

Dat was niet de primeur. Er werd al op 28 augustus 1850 met enorm veel moeilijkheden een eerste vierdradige kabel gelegd tussen Dover en Calais, de traditionele “kortste weg”. Die poging bleek nadien ook geen “commercieel succes” te zijn. Maar dat is weeral een andere historie.

We brengen u het geïllustreerde verhaal zoals we het lezen in “The Illustrated”, aangevuld met gegevens uit internet. Het is geen letterlijke vertaling, we hebben ons beperkt tot het verhaal en hebben vermeden zoveel mogelijk alle betrokken personen te vernoemen.

De productie van de kabel

De tweede kabel werd vervaardigd voor rekening van de “European and American Submarine Telegraph Company” uit Londen, door de “Messrs. Newall & Co” fabriek te Sunderland (Engeland), volgens hetzelfde procédé als de eerste van de Dover-Calais kabel. De Belgische kabel was in één stuk vervaardigd en bestond uit zes lijnen geïsoleerd met een dubbele laag “Gutta Percha”(2) vervaardigd door de Britse “Gutta Percha Company”. De gutta-percha was bevat in koorden vlechtwerk (een soort kous), versterkt met twaalf nr.2 B.W.G.(3) stalen draden, die een spanning van 40 tot 50 ton toelieten.

Tijdens de winter 1852/1853, werd ongeveer 450 mijl (835 km) onderzeese telegraafkabel door “Messrs. Newall & Co” vervaardigd die te Gateshead en Sunderland (aan de Noordzee, nabij Newcastle on Tyne) de grootste kabelfabrieken in de wereld bezaten.

De firma Newall richtte zich tot de Britse Admiraliteit, om assistentie en de directie voor het verloop van de onderneming zodra de weersomstandigheden het zouden toelaten. Deze assistentie werd door de hoge omes prompt en vrijgevig toegekend. Kapitein John Washington, van de Royal Navy, Commissaris van de “Onderzoekscommissie over de staat van de rivieren, kusten en havens van het Verenigd Koninkrijk”, kreeg de opdracht de hele onderneming te leiden en kreeg de oorlogsschepen H.M.S.”Lizard” en H.M.P. “Vivid”(6) ter beschikking . De Belgische regering, met identieke aandacht wegens het nationale belang van de onderneming, stelde een Belgische stoomboot, met ervaren loodsen aan boord, ter beschikking die de Britten zou opwachten om hulp te bieden zo dit vereist zou zijn.

De “William Hutt”

De kabel werd vervoerd met de  stoomboot “William Hutt” onder bevel van kapitein Palmer, die naast haar eigen bemanning, nog twintig ervaren mecaniciens en tuigage vaklieden aan boord had. Het schip kwam aan in de “Downs” zondagnacht 1 mei 1853. Vanaf maandag werd de vaartroute met boeien afgebakend, maar het weer was te ongunstig en de ba  rometer te onstabiel om de overtocht te wagen.

Dinsdagmorgen bleek het ook ongeschikt om het werk aan te vatten, maar op de “William Hutt” stond iedere man klaar, wachtend op het startsein van kapitein Washington. De talrijke opgekomen hoogwaardig-heidsbekleders en journalisten werden aan boord van de “William Hutt” en van “H.M.S. Lizard”  gebracht.

Tegen de avond draaide de wind Zuidwest  en bleef de baro­meter stijgen en om 8 uur werd het bevel “all hands on deck”  gegeven.

De sleepboten

De “Lord Warden”, een stoomsleepboot uit Dover en een flottielje vissersboten die als boeien moesten dienen, lagen al klaar voor anker in de “Dover Roads”. De nacht was kalm, maar de zeemist was zeer dicht en bleef zo tot woensdagmorgen toen het weer opklaarde en het fluitsignaal van “H.M.P. Vivid” aan alle boten het bevel gaf de ankers te lichten. Dit vaartuig nam alle vissersvaartuigen op sleeptouw.

De sleepboot, de “Lizard” en de “William Hutt” hielden halt  ter hoogte van  St.-Margareth’s naast de vuurtoren “South Foreland Lights”. De “Hutt” voer achteruit tot op 500 yard (457 m.) van de kust en ging toen voor anker. 200 Yard (182.80 m.) kabel werd toen opgerold in een brede boot, die naar de kust geroeid werd. Naarmate die vorder­de, ondersteunden zes sloepen op een rij de kabel die uit de “Hutt” te voorschijn getrokken werd.

Toen de boot aan land kwam, stonden 40 man klaar om de 200 yard kabel te ontrollen en het losse einde handmatig op te trekken tot in de grot onder de St.Margareth’s klip waar het kabeleinde aan de al vooraf klaargemaakte leiddraden tot de telegrafische toestellen gekoppeld werd.

Vertrekken

Om 6 uur 10, was de ” William Hutt” alweer onderweg, op sleeptouw genomen door de sleepboot “Lord Warden”. Het was allesbehalve een gemakkelijke onderneming om het schip aan een lage snelheid, in een sterke stroming met het zware gevaarte achter zich aan in koers te houden. Bovendien was het kompas van de “William Hutt”, een ijzeren schip met een voortdurend bewegende ijze­ren massa aan boord, onklaar. Kapitein Washington stelde het kompas van de sleper in en zo kon de reis vervolgd worden.

Vanaf twee mijl/uur bij de start werd de snelheid opgedreven tot 6 mijl/uur. De manschappen in het ruim raakten vertrouwd met het werk.

Nauwelijks een half uur na de start, kwam de wind op van uit het oosten en bracht een dichte mist met zich mee die het hele eskader omhulde. Die was zo dicht dat de sleepboot zelfs van op korte afstand niet te zien was. De uitgelegde boeien waren dan ook in die omstandigheden niet van nut. Daarom waren de vissersboten bij de “Lizard” in reserve gehouden.

Mede door de snelheid van “H.M.P. Vivid”, de kennis en de ervaring van de zeelieden was de  betrouwbare vaart voor de “Hutt” verzekerd.

In België weten ze het al

De Belgische postboot voer hun voorbij en nam het nieuws mee naar Oostende, vanwaar de Belgische regeringsstoomboot “Le Rubis”, met een aantal personaliteiten aan boord, hun tegemoet voer.

Alles verliep soepel aan 5 tot 6 mijl/uur, dwars door de mist, tegen de frisse wind in.

Om 13 u 30, toen het getij keerde, werd een beraad gehouden en ging de “Hutt” voor anker, in 10 vadem water (18,20 m.) na 32 mijl (60 km) kabel uitgerold te hebben.

Het getij keerde om 20 u, de hevige wind verkoelde, de mist verdween en de lichten van Duinkerken werden zichtbaar. “Anker naar boven” en de “Hutt” voer verder, met de kleine sleper op kop.

Donderdag om 1.30 uur ‘s morgens vond men het voorzichtiger voor anker te gaan voor de rest van de nacht. De “Hutt” bevond zich immers in de buurt van de eerste zandbanken voor de Belgische kust en de nacht was zeer stormachtig. Om 8 uur ‘s morgens, met onze kust in zicht, vertrok het schip terug. De teller op het remrad wees toen aan dat al 52 mijl(4) uitgerold werden. Kapitein Washington schatte dat er dan nog 14 mijl (ca. 26 km) afgelegd moesten worden tot Middelkerke. Alles verliep zoals naar wens, geen kink in de kabel, geen gebroken lijn of draad. Om 15 uur wierp de “William Hutt” het anker uit, juist voor Middelkerke, op het punt bepaald door de Belgische regering voor de landing, pal Zuid.

De aankomst op het strand van  Middelkerke

Het onstuimige weer belette de mogelijkheid om het uiteinde van de kabel diezelfde avond nog aan land te brengen. Nadat berichten werden gestuurd van op het schip, via de kabel, naar de dagbladen, de vrienden en de families van de opvarenden van de schepen,  gingen deze laatsten aan land en brachten een welverdien­de nachtrust door in het “Hotel des Bains” in Oostende.

Een Vlaamse schuit, “a Flemish schuyt”(7) was door het Britse Consulaat gehuurd om de laatste 500 à 700 meter van het Belgische uiteinde aan land te brengen.

Op vrijdag 6 mei om 9 uur, was iedereen terug aan boord of op het strand van Middelkerke en het uiteinde werd in een recordtempo op de schuit geladen. Tot grote verbazing en onder luid protest van de drie Blankenbergse vissers, de bemanning van de schuit, braken de zeelieden van de “Hutt” eerst de mast en het zeil van hun bootje af, om plaats te maken voor de kabel. Daar de Blankenbergenaars alleen Vlaams spraken en de Britten natuurlijk enkel Engels, werden de drie lastige Blankenbergenaars dan maar voor een tijdje in een kajuit opgesloten, vanwaar ze door een patrijs­poort al het gebeuren konden gadeslaan..

De schuit werd dan door sloepen naar het strand op sleeptouw genomen en dan onder luide toejuichingen van de opvarenden en de Middelkerkse bevolking, mannen en vrouwen, en het gedreun van de kanonnen van de “H.M.P. Vivid” aan land gebracht, Het kabeleinde werd de duinen opgedragen tot in een gebouwtje van de Kustwacht. De draden werden aan het telegraaf zendertoestel gekoppeld en dan volgde het eerste directe bericht naar Londen, dat het succesvolle slagen van de onderneming meldde:

We beschreven al in “Graningate” nummer 31 van december 1988 het aanleggen van “De telegraafkabel te Middelkerke sinds 1853”. Zo blijkt dat de lengte 61 zeemijl was (114 km) en een totaal gewicht van 431.081 kg had (7 ton per mijl). De kabel werd buiten dienst gesteld in 1938. In 1986 werd het laatste stuk kabel van uit het zand, ter hoogte van de graaf de Smet de Naeyerstraat, opgegraven, wat er op wijst dat op die plaats de kabel aan land gebracht werd.

Voetnoten

1) Verzameling Ronny Van Troostenberghe.

2) Gutta-percha is een niet-elastische latex, dat als zeer betrouwbaar isoleermateriaal gebruikt werd. Na het melken van de boom werd het hars, de melkachtige vloeistof, door verdamping gestold. Om het terug te kunnen bewerken werd het terug zacht gemaakt met heet water en nadien weer gestold door onderkoeling. Het is het hars van de “Isondra Gutta” een boom die ontdekt werd in 1843 in Maleisië. De ontdekking ervan bete­kende een doorbraak in het leggen van onderzeese elektrische kabels. Het heeft als isoleermateriaal het voordeel onder water,  door de koude en de druk onvervormbaar te zijn

3) BWG staat voor “The Birmingham Wire Gauge (kabel standaardmaat).

4) Een landmijl, is 1.609,34m. Een  “nautical mile” (zeemijl), is  1.853,18m.

5) De tweede kabel op de voorgrond was bestemd voor de verbinding tussen Port Patrick (Schotland) en Donaghee    (Ierland). Die klus werd ook  geklaard door de “William Hutt” op 23 mei 1853.

6) De namen van de oorlogsbodems van de Britse Royal Navy worden voorafgegaan door de initialen: H.M.S. “His Majesty’s Ship”. De “Lizard” was een kanonneerboot van 715 ton, 165 x 29 voet (41.91 m x 7.37 m), bewapend met zes 4 inch (10.16 cm) kanonnen. De “Vivid” een houten raderboot van 350 ton, 15 x 22 voet (38.1 x 5.59 m.) bewapend met twee kanonnen. Dat soort boten is  nu in onbruik en de naam na­tuurlijk ook.

7) “Flemish Schuyt”, zo vermeld in de originele Engelse tekst.

8) De “semafoor” werd in 1792 uitgevonden door de Fransman Claude Chappe (1763-1805).

Het was een optisch communicatiesysteem, de voorloper van de elektrische telegraaf, Het toestel werd bevestigd op een paal die op een heuvel, een hoge duin (zoals in Middelkerke en Wenduine), of een toren stond en die voorzien was van drie beweegbare armen  die acht verschillende posities konden aannemen, waarmee met behulp van 196 gecodeerde signalen berichten konden worden overgemaakt. De eerste lijn met 15 “stations”, (om de 10 km) werd aangelegd tussen Parijs en Rijsel, 230 km ver en verstuurde het eerste bericht in twee minuten. De semafoor bestreek weldra heel Frankrijk en breidde zich uit naar andere landen. Er bestond een korps van goed opgeleide seingevers, die met behulp van een sterke telescoop de signalen konden opvangen. Napoleon maakte er veelvuldig gebruik van tijdens zijn veldtochten. Bevreesd voor een Engelse invasie op onze kust, werd in 1806 door het Franse Opperbevel, tijdens het bewind van Napoleon dus, een reeks observatieposten met semaforen opgericht, om berichten vanaf Vlissingen, over Wenduine (de Spioenkop) en Middelkerke naar Duinkerken te verzenden. De semafoor, maar nu wel elektrisch be­diend,­ wordt nu nog gebruikt bij de spoorwegen.

Sidebar