1670 Tragisch ongeval in Schore

Op woensdag 18 juni 1670 werd de dorpskern van Schore plotseling opgeschrikt door het noodlottige ongeval van Pieter Du Prez. De 10-jarige jongen kwam terecht onder de benen van een paard en stierf aan de opgelopen verwondingen.

Aan de hand van twee ooggetuigenverklaringen en een medisch rapport kunnen we de omstandigheden van deze dramatische gebeurtenis bijna tot in de details achterhalen.

De dag na het ongeval kwamen twee schepenen van het Brugse Vrije ter plaatse en lieten de getuigenissen optekenen.(1)

Getuigenis van Hendricq Sohier

(Processen BVO, nr.2700 / Informatie ghehoort // inde schauwijnghe van het // doodt lichaem van pieterken // de soone van marten du prez // verongheluckt door een // peerdt op de prochie van / /Schoore // 1670 )

Hendricq Sohier, zoon van Jan Sohier, is een 63-jarige landarbeider uit Schore. Hij verklaart dat hij gisteren (18 juni 1670) in het dorp Pieter Du Prez, de zoon van Marten Du Prez, zag passeren op een grauwe merrie. Het paard sloeg op hol door het geblaf van twee of drie honden. Het jongetje, ‘van oude van ontrent de neghen ofte thien jaeren’, kon het paard onmogelijk in toom houden.

Op het ogenblik van de feiten bevond de getuige zich op het kerkhof, ‘afghescheedt deur den gracht’ kon hij helaas niet komen helpen om het paard in  bedwang te houden. De merrie liep een drietal roeden(2) verder, het kind bleef echter aan het paard hangen. Tenslotte viel de tienjarige van het paard en  kwam onder het paard terecht. Hendricq Sohier snelde naar de gevallen jongen die gewond was in het gezicht, nam het jongetje op en bracht het jonge  slachtoffertje naar het huis van de weduwe van Cornelis Passchensone.

Daar is Pieter Du Prez ongeveer twee uren later overleden.

Hierbij verklaart de getuige dat hij en zijn echtgenote de enige ooggetuigen van het hartverscheurende ongeval waren.

Getuigenis van Mayken Clays

Marie Clays is de 50-jarige echtgenote van Hendricq Sohier, de eerste getuige. Zij verklaart dat zij gisteren omstreeks twaalf uur ‘heeft sien passeren Pieterken de sone van Marten Du Prez oudt ontrent de thien jaeren sittende op een gheharnascht(3) peerdt’. Dat paard behoorde toe aan de weduwe van Joris Joyeus. Door het plotselinge geblaf van twee of drie honden is het paard op de vlucht geslagen. Het jongetje kon het paard niet bedwingen, ‘soo dat tselve
jonghsken ghedeurich was roupende hauw, hauw’. Nadat Pieterken drie of vier roeden ver aan het paard had gehangen, is hij er uiteindelijk van gevallen.

Toen Mayken Clays het jongetje zag vallen, is ze dadelijk naar het slachtoffertje gerend. Daar trof zij het gewonde kind in een vreselijke toestand aan. Daarop heeft ze vlug ‘t’haeren huijse asijn ghehaelt’. Ondertussen nam haar man het kind in zijn armen en bracht het naar het huis van de weduwe van Cornelis Passchesone,’alwaer tselve jonghsken ontrent twee uren daer naer is ghestorven’.

Het rapport van de lijkschouwing

Frans Willemijn, meester-chirurgijn van het Brugse Vrije, heeft in aanwezigheid van de schepenen Anchemant en Rommel een lijkschouwing uitgevoerd op het dode lichaam van Pieterken Du Prez.

(Processen BVO, nr.2700 / heeft gheschauwt het doodt lichaem // van pieterken du prez, int welcke hij int // achterste van het hooft een groote fracture // in het os occiputal ghevonden metgaders inde // slijnker sijde een brake int beckeneel // met een groot stuck van tselve penetrerende // tot inde substantie vande hersenen, twelcke // alle is doodelijk ende incurable sluijtende // heeft naer lecture gheteekent // F Guillemmijn)

De chirurgijn stelde een grote breuk vast in het achterhoofdsbeen en aan de linkerzijde van de hersenpan was er ook een breuk. Een groot stuk van de hersenpan ‘penetrerende tot in de substantie van de hersenen’. De bovenvernoemde letsels waren dodelijk.

Was Pieter er alleen in geslaagd om op de zwarte merrie te kruipen? Stond het paard al klaar op het erf om te worden ingespannen? Zetten volwassenen het kind op het paard? De vragen bij dit o zo trieste verhaal zullen waarschijnlijk wel altijd onbeantwoord blijven…

Voetnoten

(1) Rijksarchief Brugge, Processen BVO , nr.2700
(2) een roede : een lengtemaat : In het Brugse Vrije : 3,840 m
(3) ‘gheharnascht peerdt’ : De Bo, West-Vlaams Idioticon, Deel I, p.359 :
harnas : de gehele kleding van een trekpaard.
NB : De persoonsnamen die in de getuigenissen voorkomen zijn allemaal
terug te vinden in de studie van de ommeloper van Schore (1667), cfr.
Graningate 1998 nr.70, p.10-33 (door Ronny Van Troostenberghe)

Sidebar